IF · Tussen hemel en aardeGroeien in verbondenheid en bewustzijnRenato Rossi
← Terug naar de websiteRenato Rossi
IF · Een brug tussen hemel en aarde

Het kind dat kon zweven

Leesinstellingen
22 px

Het kind dat kon zweven

Mijn eerste ervaring met het onzichtbare kwam voordat ik er woorden voor kende.

IF — Wat als…?

Een herinnering uit mijn kinderjaren

Mijn eerste vragen over het onzichtbare begonnen niet in een bibliotheek. Ze begonnen in mijn kinderbed. Ik kende geen moeilijke woorden en had geen theorie nodig. Ik beleefde iets dat voor mij toen aanvoelde als een spel.

Pas vele jaren later begon ik mij af te vragen welke naam anderen eraan zouden geven. Het kind in mij was vrijer dan de volwassene die later naar verklaringen zocht. Dat kind beoordeelde de ervaring niet. Het voelde rust, lichtheid en verwondering.

Wanneer ik nu opnieuw naar die herinnering kijk, wil ik iets van die eenvoudige openheid bewaren. Ook de intense nacht na de crisis van 1981 liet mij voelen dat een ervaring tegelijk onverklaarbaar en werkelijk van betekenis kan zijn.

Boven mijn eigen bed

De vrede die ik toen voelde, kwam niet uit een redenering. Zij was er. Haar invloed bleef aanwezig in mijn verdere leven en in de moed waarmee ik opnieuw begon. IF vraagt daarom niet alleen wat er gebeurd kan zijn.

Het vraagt ook wat een ervaring in een mens kan veranderen. Misschien ligt een deel van de werkelijkheid in het gevolg dat zij nalaat: meer liefde voor het leven, minder angst en het verlangen om opnieuw recht te staan. Sommige herinneringen uit mijn kinderjaren zijn vervaagd. Deze is gebleven.

Ik was nog een kleine jongen; mijn precieze leeftijd weet ik niet meer. Misschien vijf of zes, misschien iets ouder.

De oudere vrouw

Wanneer ik ’s avonds in bed lag, kon ik het gevoel krijgen dat mijn lichaam steeds lichter werd. Voor mijn gevoel verliet ik het en zweefde ik erboven. Ik zag mijn kamer, mijn bed en mijzelf daar liggen. Het gebeurde vele keren.

Ik kende het gevoel dat eraan voorafging en probeerde het soms opnieuw op te roepen. Voor het kind dat ik toen was, was het een spel. Ik was niet bang. Ik voelde vrijheid en een diepe rust.

Tijdens een van die ervaringen herinner ik mij een oudere vrouw. Zij sprak niet en ik wist niet wie zij was. Haar aanwezigheid maakte mij niet bang; er ging rust van haar uit.

De vrijheid van een kind

Of zij bij een droom hoorde, bij mijn verbeelding of bij iets anders, kan ik vandaag niet zeggen. Ik kende toen geen woorden als buitenlichamelijke ervaring. Ik had niets gelezen over bewustzijn of bijna-doodervaringen. Pas veel later ontdekte ik beschrijvingen waarin ik iets herkende: vooral de vrede en het ontbreken van angst.

Andere verhalen leken helemaal niet op wat ik mij herinnerde. Als volwassene heb ik mij vaak afgevraagd wat er gebeurde. Droomde ik? Bevond ik mij tussen slapen en waken?

Was het de verbeelding van een kind? Ik heb daarop geen definitief antwoord. Wat voor mij vaststaat, is hoe natuurlijk en rustig het toen aanvoelde. Misschien heeft deze herinnering mijn nieuwsgierigheid mee gevoed: mijn verlangen om verder te kijken dan wat onmiddellijk zichtbaar is.

De nacht na de crisis

Zij maakte mij ontvankelijk voor vragen over bewustzijn, intuïtie en de betekenis van ons bestaan. Wanneer ik terugdenk aan dat jongetje, zie ik vooral het verschil tussen toen en nu. De volwassen man zoekt naar een verklaring. Het kind speelde.

Ik wil die herinnering bewaren zonder haar groter of zekerder te maken dan zij is. Ook zij behoort tot mijn leven. Na de crisis van 1981 bevond ik mij in een van de zwaarste periodes van mijn leven. Overdag probeerde ik oplossingen te vinden.

Ik moest opnieuw beginnen. Ik wilde sterk blijven voor mijn gezin. Maar ’s nachts droeg ik de spanning met mij mee. In die periode beleefde ik een ervaring die mij nooit meer heeft losgelaten.

Ze begon met een ontploffing.

Vrede zonder voorwaarden

Ik zag mijn lichaam door de kracht ervan enkele meters verder neervallen. Maar ik voelde geen pijn. Integendeel. Op hetzelfde ogenblik ervoer ik een ongelooflijke rust.

Een zalig gevoel dat ik voordien nooit had gekend. Ik bevond mij buiten mijn lichaam. Gewichtloos. Licht als een pluim.

Van bovenaf zag ik mensen naar mijn lichaam toelopen. Ook dokters probeerden mij te reanimeren. Ik zag alles wat zij deden. Ik riep dat het goed met mij ging.

Dat ik daar niet lag. Dat ik boven hen was. Maar niemand hoorde mij. Ik probeerde hen aan te raken.

Mijn handen gingen dwars door hun lichaam heen. Zij voelden niets. Ik bleef roepen, maar voor hen bestond ik op dat ogenblik niet. Toen veranderde de ervaring.

Ik begon te vliegen.

Terug in mijn lichaam

Vrij als een arend bewoog ik mij boven de wereld. Ik verplaatste mij met een snelheid die ik niet kan beschrijven. Toch was er geen angst. Alleen vrijheid.

Alleen vrede. De aarde zag er anders uit dan in het gewone leven. De hemel was van een uitzonderlijk intens blauw. Het gras onder mij had een helder, bijna fluorescerend groen.

Ik zag kleuren waarvoor ik geen naam kende. Alles was zuiverder, scherper en levender dan wat onze ogen gewoonlijk waarnemen. Ik voelde mij volledig gelukkig. Niet het soort geluk dat ontstaat wanneer iets goed gaat.

Het was een geluk zonder voorwaarden. Een diepe vrede waarin geen angst, pijn of bezorgdheid bestond. Nooit eerder had ik zoiets gevoeld. En nooit daarna heb ik dat gevoel volledig kunnen terugvinden.

De kracht om opnieuw te beginnen

Uiteindelijk voelde ik hoe ik heel zacht naar mijn lichaam terugkeerde. Alsof een lichte pluim langzaam neerdaalde en opnieuw haar plaats vond. Toen werd ik wakker. Ik huilde.

Niet uit verdriet. Ik huilde omdat de ervaring zo intens en zo werkelijk had aangevoeld. Een deel van mij wilde dat gevoel van vrede niet verliezen. Een ander deel begreep dat ik terug was in mijn gewone leven, met alle zorgen die mij daar wachtten.

Was het een droom? Was het een ervaring tussen slapen en waken? Was het mijn bewustzijn dat onder de druk van die moeilijke periode een andere werkelijkheid schiep? Of raakte ik voor een ogenblik aan iets wat wij nog niet volledig kunnen begrijpen?

Ik weet het niet.

Wat een ervaring nalaat

Ik wil geen zekerheid voorwenden die ik niet bezit. Maar ik weet wel wat ik heb beleefd. Deze ervaring is tot diep in mijn geheugen doorgedrongen. Ik zal haar mijn hele leven met mij meedragen.

Ze gaf mij bovendien iets wat ik toen hard nodig had. Kracht. Na de crisis moest ik opnieuw leren geloven dat een val niet het einde hoeft te zijn. In mijn ervaring zag ik mijn lichaam vallen, maar mijn bewustzijn steeg op.

Misschien was dat geen voorspelling en geen boodschap van buitenaf. Misschien was het mijn eigen innerlijke wereld die mij liet voelen dat er na de verwoesting nog ruimte bestond. Ruimte om opnieuw te beginnen. Ruimte om te leven.

Wat de verklaring ook is, de vrede die ik toen ervoer heeft mijn kijk op leven en dood veranderd. Ik ben de dood niet gaan zoeken. Ik ben het leven juist intenser gaan waarderen. Want wanneer een mens zelfs in zijn diepste duisternis nog een glimp van licht ervaart, kan die ene herinnering voldoende zijn om opnieuw recht te staan.

IF — Wat als…?
Welke herinnering heeft uw kijk op het leven veranderd?

3

✦