IF – Een brug tussen hemel en aarde
Een brug tussen hemel en aarde
IF — Wat als…?

Renato Rossi
IF
Een brug tussen hemel en aarde
IF — Wat als…?
Opnieuw geschreven vanuit een verloren papieren manuscript rond het jaar 2000
Werkversie 2026

Een geschenk
IF is geschreven voor iedereen die nog durft te twijfelen, te zoeken en te dromen. Mijn wens is eenvoudig: dat deze bladzijden even ruimte geven aan uw eigen vragen.
IF — Wat als…?
Renato Rossi
Aan de lezer
Dit boek begint niet met een antwoord. Het begint met twee letters die mij al meer dan vijfentwintig jaar vergezellen. IF betekent voor mij: wat als? Het is een kleine vraag met genoeg ruimte voor een heel leven.
Ik deel herinneringen die mij gevormd hebben, vragen die zijn gebleven en dromen die mij hielpen opnieuw te beginnen. U hoeft mijn gedachten niet over te nemen. Lees ze als een uitnodiging om uw eigen verwondering niet te verliezen.
Mijn ervaringen vormen de rode draad. De piramides, megalieten, verloren beschavingen en bijzondere denkers staan ernaast als vensters. Samen bouwen zij een brug tussen wat wij kennen en wat wij nog durven vermoeden.
Wanneer dit boek u één ogenblik lang vrijer laat denken, heeft IF zijn bestemming bereikt.
De weg door IF
1 De vraag die bleef
2 Het kind dat kon zweven
3 De hemel boven Luik
4 De piramide tussen aarde en hemel
5 Stenen en verloren werelden
6 Mensen die verder durfden denken
7 Toeval intuïtie en getallen
8 Marco en de band die blijft
9 De duizenden gesprekken
10 Wat wij de wereld teruggeven
11 De open brug
IF — Wat als…? Elf hoofdstukken en honderdentien bladzijden rond één open vraag
1
?
De vraag die bleef
Het verloren manuscript verdween, maar de twee letters IF bleven in mij leven.
IF — Wat als…?
Het verloren manuscript
Rond het jaar 2000 schreef ik een boek op papier. Het droeg de kortst mogelijke Engelse titel die ik kon bedenken: IF. Twee letters, één open deur. Het manuscript is later verloren gegaan.
Ik heb gezocht, maar ik heb het nooit teruggevonden. Toch bleek de gedachte achter dat boek sterker dan het papier waarop ik haar had geschreven. De eerste vraag klonk eenvoudig: en wat als de wereld nu eens rond zou zijn? Die zin was geen les in aardrijkskunde.
Hij was een beeld voor alles wat ooit onmogelijk leek totdat iemand het waagde anders te denken. Wat vandaag vanzelfsprekend is, begon dikwijls als twijfel, verbeelding of een vraag waarvoor nog geen plaats bestond.
Twee kleine letters
Ik wil met IF niemand vertellen wat hij moet geloven. Ik wil een rustige ruimte openen waarin een mens zijn gedachten even vrij kan laten. Niet ieder vermoeden hoeft onmiddellijk een besluit te worden. Niet iedere droom verlangt een verklaring.
Soms is de vraag zelf al waardevol, omdat zij ons uitnodigt om opnieuw te kijken. De Renato die dit boek nu opnieuw schrijft, is ouder dan de man die het eerste manuscript maakte. Sindsdien heb ik gebouwd en verloren, liefgehad en afscheid genomen. Ik heb Marco moeten missen.
Ik heb de Glazen Piramide zien ontstaan en verdwijnen. Ik heb duizenden gesprekken gevoerd. Daardoor heeft IF vandaag meer diepte gekregen. De oorspronkelijke vraag bleef dezelfde, maar mijn leven heeft haar verder ingevuld.
De wereld opnieuw bekijken
Dit boek vormt een brug tussen twijfel en werkelijkheid. Aan de ene kant ligt wat wij kunnen zien en aanraken. Aan de andere kant leven onze dromen, intuïties en ervaringen waarvoor woorden soms tekortschieten. Op die brug hoeven wij niet te kiezen aan welke kant wij voorgoed willen staan.
Wij mogen er wandelen, stilstaan en om ons heen kijken. In Mijn Leven heb ik verteld over de weg die mij heeft gevormd: mijn Italiaanse wortels, mijn jeugd, mijn gezin en de jaren waarin ik met vallen en opstaan mijn plaats als ondernemer zocht. Het was een leven van bouwen, proberen, verliezen en opnieuw beginnen. Achter ieder project stonden mensen.
Twijfel als open ruimte
Achter iedere beslissing leefde de hoop om iets goeds tot stand te brengen voor mijn gezin en voor wie op mijn weg kwam. Wie dat eerste boek heeft gelezen, herinnert zich ook de plaats van Marco in mijn leven. Hij was mijn zoon, maar ook iemand met wie ik ideeën deelde, samenwerkte en urenlang kon discussiëren. Wij herkenden elkaar in onze nieuwsgierigheid naar techniek en naar wat nog mogelijk kon worden.
Zijn overlijden liet een stilte achter die zich niet met werk of nieuwe plannen liet vullen. Toch begint mijn belangstelling voor het onzichtbare niet bij dat verlies. Zij was er al toen ik als kind ervaringen had die ik niet kon verklaren.
Mijn leven tussen toen en nu
Later kwamen er andere gebeurtenissen, dromen en waarnemingen die mij bleven bezighouden. Terwijl mijn dagelijkse leven om gezin en werk draaide, bleven op de achtergrond vragen aanwezig waarvoor ik geen eenvoudig antwoord vond. In dit deel geef ik die vragen meer ruimte. Wat is bewustzijn?
Waarom blijven bepaalde ervaringen ons een leven lang bij? Hoe dragen wij de liefde voor iemand die er niet meer is? En hoe vinden wij, met ons verdriet en onze onzekerheid, opnieuw de moed om verder te leven? Tussen hemel en aarde groeit uit hetzelfde leven dat ik eerder beschreef.
De herinneringen aan mijn ouders, de verbondenheid met Dorina, mijn kinderen en kleinkinderen, de samenwerking met Marco en de moeilijke jaren blijven hier aanwezig.
Dromen zonder opdracht
Zij vormen de grond onder mijn zoektocht. De lezer zal hierin de mens herkennen die in het voorafgaande levensverhaal aan het woord kwam. Ik vertel over mijn bijzondere ervaringen, mijn belangstelling voor numerologie en de vele gesprekken waarin mensen hun eigen vragen en verdriet met mij deelden. Daarbij wil ik onderscheid blijven maken tussen wat ik mij herinner en de betekenis die ik er zelf aan geef.
Niet alles wat mij diep heeft geraakt, kan ik verklaren of bewijzen. De lezer mag daar anders naar kijken. Ik vraag geen instemming, maar aandacht voor een persoonlijke getuigenis. Mijn levensverhaal en mijn spirituele zoektocht horen bij elkaar.
De brug begint
In beide zoek ik naar wat een mens overeind houdt: liefde, verbondenheid, verantwoordelijkheid en het vermogen opnieuw te beginnen. Wanneer deze bladzijden mij iets hebben geleerd, dan is het dat mijn aandacht voor het onzichtbare ook betekenis moet krijgen in de zorg voor de mensen die vandaag naast mij staan. Daarom neem ik u vanuit Mijn Leven mee naar Tussen hemel en aarde. Met de herinneringen die ik meedraag, de vragen die gebleven zijn en de hoop dat een gedeeld verhaal een ander mens iets van herkenning kan geven.
Dit boek groeit uit mijn leven. Uit de mensen die ik heb liefgehad, uit wat ik heb opgebouwd en verloren, en uit ervaringen waarvoor ik niet altijd de juiste woorden vond.
Een vraag voor de lezer
Sommige herinneringen dragen een datum. Andere leven vooral voort in een gevoel: verwondering, vrede, gemis of het vermoeden dat er meer te ontdekken valt dan wat wij op het eerste gezicht zien. In Mijn leven vertelde ik over mijn familie, mijn Italiaanse wortels, mijn jeugd in België, mijn werk en de mensen die mij hebben gevormd. Met dit boek wil ik diezelfde mens van binnenuit laten zien.
De ondernemer die telkens opnieuw begon, de vader die Marco mist en het kind dat zich verwonderde, zijn geen afzonderlijke personen. Zij horen bij elkaar. Hun ervaringen vormen samen de brug die ik hier probeer te beschrijven.
Wat als
Die brug heeft aan de ene kant de aarde: ons dagelijks bestaan, onze verantwoordelijkheid, onze relaties, ons lichaam en de zorg voor elkaar. Aan de andere kant staan de vragen die ik met het woord hemel verbind: wat is bewustzijn, wat betekent liefde, wat blijft wanneer iemand sterft, en hoe geven wij plaats aan iets wat wij intens beleven maar niet volledig begrijpen? Tussen die twee kanten ligt mijn zoektocht. Ik schrijf dit niet omdat ik iedere vraag kan beantwoorden.
Ik schrijf omdat zwijgen over wat mij heeft geraakt, ook iets van mijn leven onverteld zou laten. Mijn ervaringen hoeven niet door iedereen op dezelfde manier te worden begrepen. De een zal zich erin herkennen. Een ander zal andere verklaringen zoeken.
Beiden zijn welkom als lezer. Daarom laat ik in deze bladzijden mijn verhaal en de verdieping naast elkaar bestaan. Eerst vertel ik wat ik mij herinner. Daarna krijgen de vragen die eruit voortkomen meer ruimte.
Soms sluit een ervaring aan bij wat anderen een uittreding, een betekenisvolle samenloop of intuïtie noemen. Die herkenning is een begin van een gesprek. Zij legt de verklaring niet voorgoed vast.
IF — Wat als…?
Welke vraag uit uw eigen leven verdient opnieuw ruimte?
2
○
Het kind dat kon zweven
Mijn eerste ervaring met het onzichtbare kwam voordat ik er woorden voor kende.
IF — Wat als…?
Een herinnering uit mijn kinderjaren
Mijn eerste vragen over het onzichtbare begonnen niet in een bibliotheek. Ze begonnen in mijn kinderbed. Ik kende geen moeilijke woorden en had geen theorie nodig. Ik beleefde iets dat voor mij toen aanvoelde als een spel.
Pas vele jaren later begon ik mij af te vragen welke naam anderen eraan zouden geven. Het kind in mij was vrijer dan de volwassene die later naar verklaringen zocht. Dat kind beoordeelde de ervaring niet. Het voelde rust, lichtheid en verwondering.
Wanneer ik nu opnieuw naar die herinnering kijk, wil ik iets van die eenvoudige openheid bewaren. Ook de intense nacht na de crisis van 1981 liet mij voelen dat een ervaring tegelijk onverklaarbaar en werkelijk van betekenis kan zijn.
Boven mijn eigen bed
De vrede die ik toen voelde, kwam niet uit een redenering. Zij was er. Haar invloed bleef aanwezig in mijn verdere leven en in de moed waarmee ik opnieuw begon. IF vraagt daarom niet alleen wat er gebeurd kan zijn.
Het vraagt ook wat een ervaring in een mens kan veranderen. Misschien ligt een deel van de werkelijkheid in het gevolg dat zij nalaat: meer liefde voor het leven, minder angst en het verlangen om opnieuw recht te staan. Sommige herinneringen uit mijn kinderjaren zijn vervaagd. Deze is gebleven.
Ik was nog een kleine jongen; mijn precieze leeftijd weet ik niet meer. Misschien vijf of zes, misschien iets ouder.
De oudere vrouw
Wanneer ik ’s avonds in bed lag, kon ik het gevoel krijgen dat mijn lichaam steeds lichter werd. Voor mijn gevoel verliet ik het en zweefde ik erboven. Ik zag mijn kamer, mijn bed en mijzelf daar liggen. Het gebeurde vele keren.
Ik kende het gevoel dat eraan voorafging en probeerde het soms opnieuw op te roepen. Voor het kind dat ik toen was, was het een spel. Ik was niet bang. Ik voelde vrijheid en een diepe rust.
Tijdens een van die ervaringen herinner ik mij een oudere vrouw. Zij sprak niet en ik wist niet wie zij was. Haar aanwezigheid maakte mij niet bang; er ging rust van haar uit.
De vrijheid van een kind
Of zij bij een droom hoorde, bij mijn verbeelding of bij iets anders, kan ik vandaag niet zeggen. Ik kende toen geen woorden als buitenlichamelijke ervaring. Ik had niets gelezen over bewustzijn of bijna-doodervaringen. Pas veel later ontdekte ik beschrijvingen waarin ik iets herkende: vooral de vrede en het ontbreken van angst.
Andere verhalen leken helemaal niet op wat ik mij herinnerde. Als volwassene heb ik mij vaak afgevraagd wat er gebeurde. Droomde ik? Bevond ik mij tussen slapen en waken?
Was het de verbeelding van een kind? Ik heb daarop geen definitief antwoord. Wat voor mij vaststaat, is hoe natuurlijk en rustig het toen aanvoelde. Misschien heeft deze herinnering mijn nieuwsgierigheid mee gevoed: mijn verlangen om verder te kijken dan wat onmiddellijk zichtbaar is.
De nacht na de crisis
Zij maakte mij ontvankelijk voor vragen over bewustzijn, intuïtie en de betekenis van ons bestaan. Wanneer ik terugdenk aan dat jongetje, zie ik vooral het verschil tussen toen en nu. De volwassen man zoekt naar een verklaring. Het kind speelde.
Ik wil die herinnering bewaren zonder haar groter of zekerder te maken dan zij is. Ook zij behoort tot mijn leven. Na de crisis van 1981 bevond ik mij in een van de zwaarste periodes van mijn leven. Overdag probeerde ik oplossingen te vinden.
Ik moest opnieuw beginnen. Ik wilde sterk blijven voor mijn gezin. Maar ’s nachts droeg ik de spanning met mij mee. In die periode beleefde ik een ervaring die mij nooit meer heeft losgelaten.
Ze begon met een ontploffing.
Vrede zonder voorwaarden
Ik zag mijn lichaam door de kracht ervan enkele meters verder neervallen. Maar ik voelde geen pijn. Integendeel. Op hetzelfde ogenblik ervoer ik een ongelooflijke rust.
Een zalig gevoel dat ik voordien nooit had gekend. Ik bevond mij buiten mijn lichaam. Gewichtloos. Licht als een pluim.
Van bovenaf zag ik mensen naar mijn lichaam toelopen. Ook dokters probeerden mij te reanimeren. Ik zag alles wat zij deden. Ik riep dat het goed met mij ging.
Dat ik daar niet lag. Dat ik boven hen was. Maar niemand hoorde mij. Ik probeerde hen aan te raken.
Mijn handen gingen dwars door hun lichaam heen. Zij voelden niets. Ik bleef roepen, maar voor hen bestond ik op dat ogenblik niet. Toen veranderde de ervaring.
Ik begon te vliegen.
Terug in mijn lichaam
Vrij als een arend bewoog ik mij boven de wereld. Ik verplaatste mij met een snelheid die ik niet kan beschrijven. Toch was er geen angst. Alleen vrijheid.
Alleen vrede. De aarde zag er anders uit dan in het gewone leven. De hemel was van een uitzonderlijk intens blauw. Het gras onder mij had een helder, bijna fluorescerend groen.
Ik zag kleuren waarvoor ik geen naam kende. Alles was zuiverder, scherper en levender dan wat onze ogen gewoonlijk waarnemen. Ik voelde mij volledig gelukkig. Niet het soort geluk dat ontstaat wanneer iets goed gaat.
Het was een geluk zonder voorwaarden. Een diepe vrede waarin geen angst, pijn of bezorgdheid bestond. Nooit eerder had ik zoiets gevoeld. En nooit daarna heb ik dat gevoel volledig kunnen terugvinden.
De kracht om opnieuw te beginnen
Uiteindelijk voelde ik hoe ik heel zacht naar mijn lichaam terugkeerde. Alsof een lichte pluim langzaam neerdaalde en opnieuw haar plaats vond. Toen werd ik wakker. Ik huilde.
Niet uit verdriet. Ik huilde omdat de ervaring zo intens en zo werkelijk had aangevoeld. Een deel van mij wilde dat gevoel van vrede niet verliezen. Een ander deel begreep dat ik terug was in mijn gewone leven, met alle zorgen die mij daar wachtten.
Was het een droom? Was het een ervaring tussen slapen en waken? Was het mijn bewustzijn dat onder de druk van die moeilijke periode een andere werkelijkheid schiep? Of raakte ik voor een ogenblik aan iets wat wij nog niet volledig kunnen begrijpen?
Ik weet het niet.
Wat een ervaring nalaat
Ik wil geen zekerheid voorwenden die ik niet bezit. Maar ik weet wel wat ik heb beleefd. Deze ervaring is tot diep in mijn geheugen doorgedrongen. Ik zal haar mijn hele leven met mij meedragen.
Ze gaf mij bovendien iets wat ik toen hard nodig had. Kracht. Na de crisis moest ik opnieuw leren geloven dat een val niet het einde hoeft te zijn. In mijn ervaring zag ik mijn lichaam vallen, maar mijn bewustzijn steeg op.
Misschien was dat geen voorspelling en geen boodschap van buitenaf. Misschien was het mijn eigen innerlijke wereld die mij liet voelen dat er na de verwoesting nog ruimte bestond. Ruimte om opnieuw te beginnen. Ruimte om te leven.
Wat de verklaring ook is, de vrede die ik toen ervoer heeft mijn kijk op leven en dood veranderd. Ik ben de dood niet gaan zoeken. Ik ben het leven juist intenser gaan waarderen. Want wanneer een mens zelfs in zijn diepste duisternis nog een glimp van licht ervaart, kan die ene herinnering voldoende zijn om opnieuw recht te staan.
IF — Wat als…?
Welke herinnering heeft uw kijk op het leven veranderd?
3
✦
De hemel boven Luik
Vier stille voorwerpen aan de avondhemel lieten een vraag achter die nooit verdween.
IF — Wat als…?
Februari 1982
In februari 1982, boven Luik, keek ik lange tijd naar vier stille schijfvormige voorwerpen. Ik sloeg mijzelf in het gezicht om zeker te zijn dat ik wakker was. De voorwerpen bleven zichtbaar. Die avond bracht mij geen afgeronde verklaring, maar wel een blijvende vraag.
Ik weet hoe gemakkelijk mensen elkaar beoordelen wanneer iemand iets ongewoons vertelt. Daarom heb ik lang gewacht voordat ik deze ervaring volledig durfde te delen. De herinnering verdween niet. De vorm, het licht, de stilte en mijn verbazing bleven in mij aanwezig.
IF geeft ook aan zulke ervaringen een plaats.
Vier voorwerpen in één rij
Niet om van een waarneming een theorie te maken, maar om eerlijk te vertellen wat iemand zag en voelde. De lezer mag daarna zijn eigen gedachten volgen. Vrijheid werkt in twee richtingen: ik mag vertellen en de ander mag anders kijken. Misschien is de hemel boven ons niet alleen een ruimte die wij meten.
Misschien is zij ook een spiegel van onze nieuwsgierigheid. Zodra wij omhoogkijken, beseffen wij hoe klein ons bekende wereldje is en hoeveel vragen nog openstaan. Wat ik in februari 1982 boven Luik zag, was niet zomaar één vaag licht aan de hemel.
De stilte boven de stad
Het was rond 17.30 uur, bij zonsondergang. Ik had mijn werkdag beëindigd en reed naar mijn broer Mario, die op de derde verdieping van een appartementsgebouw in Luik woonde. Ik bevond mij op ongeveer vijfhonderd meter van zijn woning. Tussen de wolken was een open gedeelte van de hemel zichtbaar.
Daar zag ik plotseling vier voorwerpen. Vier afzonderlijke vliegende objecten. Ze bevonden zich naast elkaar in één rij. Het waren ronde, schijfvormige objecten die van blinkend metaal leken te zijn gemaakt.
Twintig minuten kijken
Het licht van de ondergaande zon weerkaatste op hun onderkant en gaf hun verschillende kleuren. Ik kon vormen zien die op vensters of openingen leken. Naar mijn schatting hadden de objecten een diameter van ongeveer twintig meter. Ik hoorde geen motoren.
Ze maakten helemaal geen geluid. Ik kon nauwelijks geloven wat ik zag. Ik stopte mijn wagen. Om er zeker van te zijn dat ik wakker was en mij niets verbeeldde, sloeg ik mezelf in het gezicht.
Maar de voorwerpen bleven daar hangen. Vier grote, blinkende, metalen schijven. Naast elkaar. Volkomen stil.
Ik bleef kijken.
Een ervaring alleen dragen
Naar mijn gevoel duurde de waarneming ongeveer twintig minuten. Gedurende die tijd leek de rest van de wereld te verdwijnen. Het was alsof ik tijdelijk loskwam van alles om mij heen. Mijn gevoel voor tijd veranderde.
Ik zag alleen nog die vier objecten. Wat mij bijzonder trof, was de manier waarop zij bewogen. Zolang ik mij verplaatste, leken zij hun positie aan mijn bewegingen aan te passen. Wanneer ik van plaats veranderde, veranderde ook hun positie.
Wanneer ik sneller ging, leken ook zij sneller te bewegen. Het was alsof zij op mijn aanwezigheid reageerden.
Vertellen zonder oordeel
Alsof zij wisten dat ik hen zag. Hun bewegingen leken niet op die van een vliegtuig. Ze konden plotseling van richting veranderen. Ze maakten scherpe hoeken op een manier die ik nooit eerder bij een vliegend toestel had gezien.
Er was geen geleidelijke bocht. Geen hoorbare versnelling. Geen motorgeluid. En toen verdwenen zij.
Niet langzaam. Niet doordat zij achter een wolk vlogen. Niet doordat zij steeds kleiner werden in de verte. In een fractie van een seconde waren de vier schijven weg.
Ik bleef achter met de vraag wat ik zojuist had gezien.
De onbekende hemel
De volgende dag zocht ik in de kranten. Ik verwachtte dat andere mensen hetzelfde moesten hebben waargenomen. Vier voorwerpen van die grootte konden toch niet zomaar onopgemerkt boven Luik verschijnen? Maar ik vond geen enkel bericht.
Niemand leek erover te schrijven. Dat maakte de ervaring nog raadselachtiger. Er was bovendien iets wat ongeveer een maand voordien bij mij thuis was gebeurd. Op verschillende plaatsen had ik vier ronde vlekken gezien.
Ze hadden allemaal dezelfde vorm, maar waren door verschillende producten ontstaan. Eén leek van inkt te zijn. Eén van koffie. Eén van wijn.
Ruimte voor een andere blik
Van het vierde product herinner ik mij de oorsprong niet meer. Op dat ogenblik kon ik daar geen betekenis aan geven. Pas nadat ik de vier schijven boven Luik had gezien, trof mij de overeenkomst tussen die vier ronde afdrukken en de vorm van de objecten aan de hemel. Was het een signaal dat zij mij wilden sturen?
Ik weet het niet. Ik beweer niet dat ik een verband kan bewijzen. Maar ik wil het evenmin uit mijn verhaal verwijderen. Het gebeurde.
Net zoals de waarneming boven Luik werkelijk gebeurde.
Wat als wij niet alleen zijn
Toen ik later Steven Spielbergs film Close Encounters of the Third Kind zag, greep die mij bijzonder sterk aan. Ik herkende iets van mijn eigen verwondering en machteloosheid in het verhaal. Het gevoel iets te hebben gezien dat buiten het gewone kader viel, terwijl woorden en bewijzen tekortschoten. Na meer dan veertig jaar weet ik nog altijd niet waar de vier schijven vandaan kwamen of wat ik precies heb waargenomen.
De herinnering aan hun vorm, hun stilte en hun plotselinge verdwijnen is gebleven. En na ongeveer twintig minuten verdwenen ze in een fractie van een seconde. Ik hoef niemand te overtuigen. Maar ik wil mijn eigen ervaring ook niet langer verkleinen om haar voor anderen gemakkelijker aanvaardbaar te maken.
Ik vertel alleen wat ik met mijn eigen ogen heb gezien. Vier schijven boven Luik. Een gebeurtenis waarvoor ik tot vandaag geen verklaring heb gevonden.
IF — Wat als…?
Wat zou u vertellen wanneer u niet bang was voor een oordeel?
4
I △ F
De piramide tussen aarde en hemel
De piramide werd voor mij een vorm waarin bouwen, zoeken en naar boven kijken samenkomen.
IF — Wat als…?
De vorm die mij riep
De vorm van de piramide heeft mij altijd aangetrokken. Zij rust breed op de aarde en richt zich tegelijk naar boven. Voor mij werd zij het beeld van een mens die stevig moet blijven staan terwijl zijn gedachten verder mogen reiken. Toen ik in Lummen de Glazen Piramide bouwde, gebeurde dat vanuit mijn werk en mijn verlangen om nieuwe technieken zichtbaar te maken.
Toch droeg het gebouw ook iets van mijn innerlijke zoektocht. In glas, licht en ruimte zag ik een verbinding tussen het concrete en het nog niet gerealiseerde. Marco maakte deel uit van die wereld. Wij deelden ideeën en konden samen nadenken over wat techniek, beeld en verbeelding mogelijk konden maken.
De piramide werd daardoor meer dan een gebouw.
De piramides van Egypte
Zij werd een plaats waarin ons gezamenlijke denken vorm kreeg. Oude piramides roepen andere vragen op. Wie naar hun omvang, ordening en duurzaamheid kijkt, voelt hoe klein één mensenleven is. Eeuwen verdwijnen, beschavingen veranderen en toch blijven die vormen staan.
Zij brengen ons terug bij een eenvoudige gedachte: wat willen wij bouwen dat langer meegaat dan ons eigen ogenblik? Mijn belangstelling voor het onzichtbare begon lang vóór het overlijden van Marco. Als kind kende ik de ervaringen die ik eerder beschreef: het gevoel buiten mijn lichaam te zijn, zonder angst. Met de jaren kwamen de vragen.
Wat is bewustzijn? Wat betekenen onze dromen? Hoe begrijpen wij iets dat wij intens beleven, maar niet kunnen verklaren?
Een bouwwerk vol vragen
Tijdens mijn drukste beroepsjaren verdwenen die vragen soms naar de achtergrond. Er was werk, er waren projecten en mijn gezin had mij nodig. Toch bleven ze aanwezig. Na het verlies van Marco raakten zij het diepste deel van mijn bestaan.
Waar gaat de liefde naartoe wanneer iemand sterft? Hoe leef je verder met zoveel gemis? Ik ging opnieuw lezen, zoeken en luisteren. In verschillende levensbeschouwingen herkende ik thema’s die mij nabij waren: liefde, hoop, mededogen en verbondenheid.
Ik vond geen antwoord dat alle andere vragen ophief. Wel vond ik woorden en gedachten die mij hielpen mijn verdriet te dragen. Gaandeweg kreeg spiritualiteit voor mij een heel concrete betekenis. Zij moest mij dichter bij het leven en bij andere mensen brengen.
Mijn Glazen Piramide
Wat heeft het voor zin over het onzichtbare te spreken wanneer ik de mens tegenover mij niet werkelijk zie? Mijn zoektocht kreeg waarde wanneer zij mij hielp te luisteren, minder snel te oordelen en aandachtiger lief te hebben. Dat neemt mijn geloof in een diepere verbondenheid niet weg. Ik kan niet bewijzen hoe Marco na zijn dood bestaat.
Maar mijn band met hem is deel van mijn dagelijks leven gebleven. Ik herken iets van hem in Chiara en Laura, in de verhalen die wij vertellen en in de nieuwsgierigheid die wij samen deelden. Daarnaast zijn er gevoelens en ervaringen die ik op mijn eigen manier beleef en duid. Ik hoef niet alles te verklaren om er betekenis in te vinden.
Bouwen in Lummen
De vragen blijven, naast de liefde. Wat deze zoektocht mij vooral heeft gebracht, is het verlangen bewuster te leven: aandacht te geven aan de mensen die er zijn en de herinnering te bewaren aan degenen die ik mis. Vanuit die houding vertel ik de volgende ervaringen. Ik vraag de lezer om ruimte voor mijn verhaal, zoals ik ruimte wil laten voor zijn eigen overtuiging.
Er is één vorm die mij al heel lang blijft aantrekken: de piramide. Mijn belangstelling begon niet bij één boek of één theorie. Zij groeide uit de eenvoudige verwondering dat mensen duizenden jaren geleden bouwwerken konden oprichten die ons vandaag nog altijd stil maken. Wanneer ik naar de piramides van Egypte kijk, zie ik niet alleen steen.
Samen met Marco
Ik zie menselijke wil, kennis, organisatie en een verlangen om iets te bouwen dat de tijd zou overleven. De Grote Piramide van Gizeh is voor mij het sterkste symbool van dat raadsel. De officiële geschiedenis plaatst haar in het oude Egypte, in de wereld van farao Choefoe en de koninklijke grafcomplexen. Maar zelfs wanneer wij die historische context kennen, blijft mijn verwondering bestaan.
Hoe hebben mensen zulke enorme hoeveelheden steen verplaatst? Hoe werd die nauwkeurigheid bereikt? Welke kennis hadden de bouwers van vormen, verhoudingen, sterren en windrichtingen? Iedere uitleg beantwoordt iets en opent tegelijk nieuwe vragen.
Misschien werd mijn aandacht nog sterker doordat de piramide ook in mijn eigen beroepsleven verscheen.
Licht en techniek
In Lummen bouwden wij de Glazen Piramide: een plaats waar keramiek, presentatie, technologie en toekomstvisie samenkwamen. Het was een modern project, maar de vorm droeg een veel ouder beeld. Zij wees met haar top naar boven en bleef tegelijk stevig op de aarde rusten. Zonder dat ik het toen volledig zo benoemde, werd zij voor mij een symbool van de brug die ik vandaag probeer te beschrijven.
Ook Marco maakte deel uit van die wereld. Wij spraken over techniek, vernieuwing en over wat nog mogelijk kon worden. De piramide stond voor onze drang om verder te kijken dan wat al bestond. Vandaag krijgt die vorm voor mij nog een andere betekenis.
Wat overeind blijft
De brede basis herinnert mij aan alles wat wij hier op aarde nodig hebben: familie, werk, verantwoordelijkheid en vertrouwen. De top herinnert mij aan het verlangen om te groeien, te zoeken en iets van het onzichtbare te benaderen. Mijn belangstelling voor deze onderwerpen leek soms op een obsessie. Wanneer een vraag mij raakte, wilde ik er alles over lezen en verschillende verklaringen naast elkaar leggen.
Ik zocht naar overeenkomsten tussen bouwwerken, oude verhalen, getallen, vormen en menselijke ervaringen. Niet iedere verbinding bleek even sterk, maar de zoektocht zelf leerde mij kijken. Die houding herken ik uit mijn hele leven. Als vertegenwoordiger wilde ik niet alleen weten wat een tegel kostte, maar ook hoe hij werd geboren.
De top en de basis
Bij machines wilde ik begrijpen wat zich achter de buitenkant bevond. Bij software wilde ik zien hoe een idee zichtbaar kon worden voordat het werkelijk werd gebouwd. Mijn aandacht voor piramides en verloren werelden komt uit dezelfde bron: ik wil weten wat achter het zichtbare verhaal ligt. Ik zoek niet naar één antwoord dat alle andere antwoorden moet verdringen.
Ik zoek naar een taal waarin geschiedenis, menselijke kennis, droom en spiritualiteit elkaar mogen ontmoeten. Een droom kan richting geven. Een legende kan een oude wijsheid bewaren. Een bouwwerk kan duizenden jaren later nog vragen oproepen.
Hun waarde ligt niet alleen in wat wij kunnen meten, maar ook in wat zij in ons wakker maken. Daarom horen de piramides, de megalieten, Atlantis, Lemurië en de verhalen over de Holle Aarde thuis in mijn brug tussen hemel en aarde. Zij vertellen over de menselijke behoefte om verder te kijken: naar boven, naar beneden, naar het verleden en naar binnen. Zolang die zoektocht ons nederiger, nieuwsgieriger en zorgzamer maakt, blijft zij voor mij betekenisvol.
IF — Wat als…?
Wat hebt u gebouwd dat iets van uw innerlijke wereld zichtbaar maakt?
5
◇
Stenen en verloren werelden
Megalieten en oude verhalen openen een ruimte waarin geschiedenis en verbeelding elkaar ontmoeten.
IF — Wat als…?
Stenen die blijven spreken
Grote stenen hebben geen stem, maar zij kunnen een mens lang laten luisteren. In verschillende delen van de wereld staan megalieten die generaties hebben overleefd. Hun gewicht en plaatsing maken zichtbaar hoeveel geduld, samenwerking en overtuiging mensen ooit bijeenbrachten. Atlantis, Lemurië en de verhalen over een wereld onder onze voeten leven op een andere manier voort.
Zij behoren tot de verbeelding, de overlevering en de menselijke behoefte om achter het bekende nog een andere geschiedenis te vermoeden. Ik ben er niet naar op zoek om ze in één verklaring vast te zetten. Ik luister naar wat ze in ons wakker maken. Misschien vertellen verloren werelden vooral iets over onszelf.
Megalieten overal ter wereld
Wij dromen van kennis die verloren ging, van harmonie die wij opnieuw willen vinden en van beschavingen die hun evenwicht kwijtraakten. In die verhalen herkennen wij zowel onze hoop als onze verantwoordelijkheid. Wanneer ik over deze mysteries lees, voel ik mij opnieuw de jongen die wilde weten wat achter een machine verborgen zat. Mijn nieuwsgierigheid veranderde van onderwerp, maar niet van oorsprong.
Ik wil begrijpen hoe iets ontstond en welke menselijke droom eraan voorafging. Mijn fascinatie stopt niet in Egypte. Overal ter wereld staan enorme stenen die door vroegere volkeren werden opgericht, verplaatst of zorgvuldig op elkaar geplaatst.
Samenwerking over generaties
Stonehenge, de tempels van Malta, de lange rijen stenen van Carnac en talloze dolmens en menhirs laten zien dat mensen al zeer vroeg de behoefte voelden om monumentale plaatsen te scheppen. Wanneer ik zulke bouwwerken zie, probeer ik mij de mensen voor te stellen die eraan werkten. Zij hadden geen moderne kranen, vrachtwagens of computers. Toch brachten zij gemeenschappen bijeen rond een plan dat groter was dan één mensenleven.
Misschien dienden sommige plaatsen voor begrafenis of rituelen. Misschien volgden zij de zon, de seizoenen of belangrijke punten in het landschap. Wat hun precieze bedoeling ook was, de stenen vertellen dat onze voorouders niet alleen bezig waren met overleven. Zij zochten ook betekenis.
Atlantis
Dat raakt mij. Een megaliet is zwaar en onbeweeglijk, maar hij brengt de gedachten juist in beweging. Wie koos die steen? Wie bepaalde de plaats?
Hoeveel handen waren nodig? Welke woorden spraken de bouwers terwijl zij werkten? Wij zien het eindresultaat, maar achter iedere steen schuilt een verdwenen wereld van mensen, overtuigingen en samenwerking. Soms wordt gesproken over vergeten technieken of kennis die later verloren ging.
Ik weet niet hoeveel daarvan ooit met zekerheid kan worden teruggevonden. Voor mij hoeft het mysterie ook niet volledig te verdwijnen. Het mag ons eraan herinneren dat vroegere mensen niet eenvoudig of onwetend waren.
De spiegel van een beschaving
Zij bezaten vaardigheden, geduld en een verbondenheid met hun omgeving die wij gemakkelijk onderschatten. Geen verhaal over verdwenen beschavingen heeft mijn verbeelding zo sterk geraakt als Atlantis. De naam komt tot ons via Plato, die in zijn dialogen Timaeus en Critias vertelt over een machtig eilandrijk dat uiteindelijk in zee verdween. Door de eeuwen heen werd Atlantis veel meer dan één oud verhaal.
Het werd een symbool van een grote beschaving die haar kennis, haar evenwicht of misschien haar nederigheid verloor. Wat mij boeit, is niet alleen de vraag waar Atlantis gelegen zou kunnen hebben. Belangrijker is wat het verhaal over de mens vertelt.
Lemurië
Wij kunnen bouwen, ontdekken en een hoge ontwikkeling bereiken. Maar wanneer macht groter wordt dan wijsheid, kan ook een indrukwekkende wereld ten onder gaan. In die betekenis is Atlantis geen afgesloten verhaal uit een ver verleden. Het is een spiegel waarin iedere generatie zichzelf kan bekijken.
Ik heb vaak gedacht dat de aantrekkingskracht van Atlantis voortkomt uit een diep menselijk gevoel: het vermoeden dat een deel van onze oorsprong verloren is gegaan. Misschien zoeken wij niet alleen naar een gezonken eiland. Misschien zoeken wij naar vergeten mogelijkheden in onszelf: een andere verhouding tot de natuur, meer verbondenheid en kennis die niet uitsluitend werd gebruikt om te overheersen.
De Holle Aarde
Ook Lemurië kreeg een plaats in mijn zoektocht. De naam ontstond in de negentiende eeuw in een poging om de verspreiding van bepaalde dieren te verklaren, lang voordat de beweging van continenten goed werd begrepen. Later kreeg Lemurië in spirituele verhalen een heel ander leven. Het werd beschreven als een verdwenen land of als een beschaving waarin bewustzijn, natuur en onderlinge verbondenheid een grote rol speelden.
Juist dat latere beeld spreekt tot mijn verbeelding. Niet omdat ik een landkaart kan aanwijzen waarop Lemurië met zekerheid heeft gelegen, maar omdat het verhaal een verlangen uitdrukt. Het verlangen naar een samenleving waarin mensen niet tegenover de aarde staan, maar zich er deel van voelen.
Wat verloren werelden bewaren
Een wereld waarin kennis samengaat met zorg en waarin vooruitgang niet wordt gemeten zonder te vragen wat zij met mensen en natuur doet. Atlantis en Lemurië worden vaak naast elkaar genoemd, alsof zij twee herinneringen aan verdwenen mogelijkheden vertegenwoordigen. Atlantis roept bij mij de kracht en het gevaar van grote ontwikkeling op. Lemurië roept het beeld op van zachtheid, intuïtie en verbondenheid.
Misschien vertellen deze verhalen vooral iets over wat wij vandaag missen en opnieuw hopen te vinden. De gedachte aan een Holle Aarde behoort tot de meest gedurfde verhalen die ik ben tegengekomen. Zij spreekt over verborgen ruimten, onbekende doorgangen en soms zelfs beschavingen diep onder het aardoppervlak.
De reis naar binnen
De wetenschap beschrijft de aarde aan de hand van korst, mantel en kern, onderzocht via aardbevingsgolven, zwaartekracht en warmte. Toch blijft het beeld van een wereld onder onze voeten een buitengewone kracht bezitten in verhalen, tekeningen en dromen. Wat trekt mensen daarin aan? Misschien dezelfde nieuwsgierigheid die ons naar de sterren doet kijken.
Boven ons ligt het heelal; onder ons bevindt zich een diepte die wij zelf nauwelijks rechtstreeks hebben bereikt. Wij leven op een dunne buitenlaag van een enorme planeet. Alleen dat besef is al voldoende om de verbeelding wakker te maken. Voor mij hoeft de Holle Aarde niet alleen als een letterlijke plaats te worden gelezen.
Zij kan ook een beeld zijn van de verborgen wereld in de mens. Ook wij dragen kamers in ons mee die anderen niet zien: herinneringen, angsten, verlangens en krachten waarvan wij soms zelf het bestaan nog niet kennen. Wie naar binnen durft te reizen, kan een onbekend landschap ontmoeten.
IF — Wat als…?
Welk oud verhaal laat u nog altijd dromen?
6
∞
Mensen die verder durfden denken
Verbeelding wordt krachtig wanneer zij een mens helpt om voorbij de grenzen van zijn tijd te kijken.
IF — Wat als…?
De vrijheid van de geest
Sommige mensen geven hun tijdgenoten een nieuw venster. Zij zien niet noodzakelijk de volledige toekomst, maar zij durven een beeld te vormen dat verder reikt dan de gewoonten van hun omgeving. Hun vrijheid helpt ook anderen vrijer te denken. Jules Verne liet zijn lezers reizen naar plaatsen die voor velen onbereikbaar leken.
Hij bewees niet dat iedere verbeelding werkelijkheid zou worden. Hij liet wel zien dat een verhaal onze geest kan voorbereiden op mogelijkheden die later minder vreemd aanvoelen. Dante Alighieri beschreef een reis door werelden die niet met gewone voeten betreden worden. Zijn tocht spreekt over angst, inzicht, liefde en de weg van een mens door duisternis naar licht.
Jules Verne
Eeuwen later herkennen lezers nog altijd iets van hun eigen innerlijke reis. Giordano Bruno durfde het heelal ruimer te denken dan de grenzen die zijn tijd hem oplegde. Zijn naam herinnert mij eraan hoe moeilijk nieuwe gedachten soms worden ontvangen. Toch kan een idee blijven reizen, zelfs wanneer de stem die het uitsprak tot zwijgen werd gebracht.
Nikola Tesla zag in natuurkrachten mogelijkheden die anderen nog niet konden toepassen. Zijn werk verbond verbeelding met techniek. Dat raakt mij, omdat ook ik altijd heb geprobeerd een idee niet alleen te dromen, maar het zichtbaar en bruikbaar te maken. Ik plaats deze mensen niet op een voetstuk om ieder detail van hun leven over te nemen.
Reizen voordat het kon
Ik noem hen omdat zij de menselijke geest ruimte gaven. Zij tonen dat verbeelding en werkelijkheid elkaar niet hoeven te bestrijden. Verbeelding kan de eerste werkplaats van de werkelijkheid zijn. Als jongen en later als ondernemer werd ik altijd aangetrokken door mensen die achter de buitenkant wilden kijken.
Bij een koffiemachine wilde ik begrijpen waarom ieder onderdeel precies daar zat. In de keramische wereld wilde ik weten hoe kleur, vuur en materiaal samen een tegel vormden. Bij software wilde ik een ruimte zichtbaar maken voordat zij gebouwd was. Diezelfde beweging herken ik in de vier namen van dit hoofdstuk.
Dante Alighieri
Jules Verne sprak tot mijn verbeelding omdat hij zijn lezers meenam zonder hen eerst te vragen of de bestemming bereikbaar was. Tijdens het lezen bestond de reis al. Dat is een kracht die wij niet mogen onderschatten. Een mens die zich iets kan voorstellen, begint anders naar de grenzen van zijn eigen tijd te kijken.
Een verhaal bouwt geen machine en legt geen spoorlijn aan. Het kan wel het verlangen wekken om te onderzoeken. Het kan een kind laten voelen dat de wereld groter is dan zijn straat. Het kan een uitvinder aansporen om een probleem vanuit een andere hoek te bekijken.
Een innerlijke reis
Zo ontstaat soms een lange weg van droom naar ontwerp en van ontwerp naar werkelijkheid. Bij Dante raakt mij vooral het beeld van de reis. Een mens daalt af, wordt met zichzelf geconfronteerd en zoekt daarna opnieuw het licht. Ook mijn leven kende zulke bewegingen.
Na een crisis, een verlies of een mislukking moest ik dikwijls eerst door mijn eigen duisternis voordat ik weer kon bouwen. Wij hoeven Dantes wereld niet letterlijk te betreden om iets van die tocht te herkennen. Iedereen kent ogenblikken waarop hij verdwaalt in schuld, verdriet of angst. Iedereen kan ook verlangen naar inzicht, vergeving en een nieuwe richting.
Giordano Bruno
De verbeelding maakt een innerlijke werkelijkheid zichtbaar die anders moeilijk te beschrijven is. Giordano Bruno roept bij mij de moed op om het heelal niet kleiner te maken dan onze geest kan verdragen. Wanneer wij denken dat alles al vastligt, kan één nieuwe gedachte de ruimte opnieuw openen. De geschiedenis laat zien dat zo'n gedachte soms weerstand ontmoet.
Toch blijft de vraag reizen van mens tot mens. Ook vandaag hebben wij die vrijheid nodig. Nieuwe kennis begint dikwijls bij iemand die een verband ziet dat anderen nog niet zien. Niet iedere gedachte houdt stand.
Maar zonder de vrijheid om haar te onderzoeken, zouden wij alleen herhalen wat gisteren al bekend was.
Een groter heelal
Tesla spreekt mij aan omdat zijn verbeelding verbonden bleef met maken. Hij dacht in krachten, beweging en toepassingen. Zijn ideeën moesten uiteindelijk werken. Dat herken ik uit mijn eigen ondernemerschap.
Een droom krijgt een andere verantwoordelijkheid zodra mensen erop vertrouwen, ermee werken of er hun toekomst aan verbinden. Daarom wil ik droom en werkelijkheid niet van elkaar scheiden. De droom opent de richting. Kennis, arbeid en volharding bouwen de weg.
Soms bereiken wij de bestemming. Soms ontdekken wij onderweg dat het idee moet veranderen. Ook dan was de eerste verbeelding niet nutteloos. Deze vier mannen waren verschillend.
Nikola Tesla
De een schreef romans, de ander poëzie, een derde filosofeerde over het heelal en de vierde werkte als uitvinder. Wat hen in mijn gedachten samenbrengt, is hun bereidheid om verder te kijken dan het onmiddellijk zichtbare. Zij herinneren mij eraan dat een vrije geest tegelijk nederig kan zijn. Hoe verder wij kijken, hoe duidelijker wij beseffen hoeveel wij nog niet weten.
Dat besef sluit de deur niet. Het maakt ons aandachtiger voor nieuwe mogelijkheden. IF wil die houding bewaren. Het boek vraagt niet om iedere droom waar te noemen.
Het vraagt om een droom niet te verwerpen alleen omdat zij nog geen plaats heeft in onze gewone manier van denken.
De werkplaats van de werkelijkheid
Eerst mogen wij luisteren naar de vraag die zij in ons wakker maakt. Wanneer verbeelding samengaat met menselijkheid, kan zij veel betekenen. Zij kan ons helpen een betere techniek te ontwikkelen, maar ook een ander mens beter te begrijpen. Wij kunnen ons immers pas werkelijk in iemand verplaatsen wanneer wij even proberen te voelen hoe de wereld door zijn ogen wordt gezien.
Vrij denken is daarom meer dan een intellectueel recht. Het is een vorm van openheid. Het geeft ruimte aan kunst, wetenschap, spiritualiteit en persoonlijke ervaring. Het laat verschillende wegen naast elkaar bestaan zonder dat één mens alle antwoorden hoeft te bezitten.
Misschien ligt de grootste waarde van deze denkers niet in de voorspellingen die men hun later toeschrijft. Voor mij ligt zij in de beweging die zij veroorzaakten. Zij lieten mensen kijken, lezen, onderzoeken en opnieuw vragen stellen. Ook ik wil met IF slechts zo'n beweging beginnen.
De lezer hoeft na dit hoofdstuk niets aan te nemen. Het volstaat wanneer één gedachte opnieuw begint te ademen en wanneer hij zichzelf de vrijheid geeft om te vragen wat nog mogelijk zou kunnen zijn.
IF — Wat als…?
Welke gedachte van een ander gaf uw verbeelding meer vrijheid?
7
11
Toeval intuïtie en getallen
Sommige samenlopen vragen niet om een snel besluit, maar wel om onze aandacht.
IF — Wat als…?
Toeval bestaat niet
Door de jaren heen leerde ik dat een mens verschillende manieren heeft om naar samenhang te zoeken. Soms merken wij een betekenisvolle samenloop op. Soms spreekt onze intuïtie voordat wij alle redenen kunnen benoemen. Soms zien wij in getallen een patroon dat ons helpt naar ons eigen leven te kijken.
Mijn geboortedatum, 5 juni 1948, bracht mij in mijn eigen numerologische werkwijze bij de getallen 11, 22 en 33. Voor mij werden zij spiegels van intuïtie, bouwen en dienstbaarheid. Zij schreven mijn leven niet voor. Ze hielpen mij woorden te vinden voor krachten en tegenstellingen die ik al kende.
Het getal 11 past op een bijzondere manier bij IF. Twee enen staan naast elkaar als twee zuilen met een opening ertussen. Ik zie daarin opnieuw de brug: het zichtbare aan de ene kant, het vermoeden aan de andere, en daartussen de ruimte waarin een mens zoekt. Toeval bestaat niet is een overtuiging die vaak in mijn leven terugkeerde.
Daarmee bedoel ik niet dat ik iedere gebeurtenis volledig kan verklaren. Ik bedoel dat ik aandacht wil geven aan ontmoetingen en samenlopen die mij iets leren. Betekenis ontstaat wanneer ik luister naar wat zij in mijn leven aanraken. “Toeval bestaat niet” is een gedachte die bij mijn manier van kijken hoort.
Zij nodigt mij uit aandacht te geven aan ontmoetingen en gebeurtenissen die mij raken.
Een betekenisvolle samenloop
Ik gebruik haar hier als een persoonlijk motto, niet als een wet die bewijst dat iedere gebeurtenis vooraf werd geregeld. Soms ontstaat betekenis pas wanneer ik terugkijk. De ronde vlekken kregen in mijn herinnering een andere plaats na de waarneming boven Luik. Ook het jaar 1981 raakt mij door de overeenkomst tussen mijn leeftijd van 33 jaar, mijn numerologische berekening en de crisis die ik toen doormaakte.
Ik beweer daarmee niet dat een getal die crisis veroorzaakte. Het verschil tussen oorzaak en betekenis is voor mij belangrijk. Bij oorzaak vragen wij waardoor iets gebeurde. Bij betekenis vragen wij wat het bij ons oproept en welke plaats het in ons leven krijgt.
Een gebeurtenis kan diep betekenisvol worden zonder dat wij een verborgen oorzaak hebben aangetoond. Niet iedere belangrijke beslissing in mijn leven begon met een berekening. Soms was er eerst een gevoel. Een bijna onhoorbaar signaal.
Of juist een rustig vertrouwen dat mij zei dat ik een bepaalde weg moest onderzoeken. Dat noem ik intuïtie. Voor mij is intuïtie geen magische stem die altijd gelijk heeft. Ze is ook geen excuus om feiten te negeren.
Ik zie haar als een stille stem die ontstaat uit ervaring, liefde en aandacht. Alles wat wij hebben meegemaakt, laat iets in ons achter. Gesprekken. Blikken.
Fouten. Teleurstellingen. Momenten waarop wij iemand terecht vertrouwden.
De stille stem
En momenten waarop wij achteraf beseften dat wij voorzichtiger hadden moeten zijn. Ons verstand kan niet al die indrukken voortdurend één voor één benoemen. Toch worden zij ergens in ons bewaard. Soms komen zij samen in één gevoel dat sneller is dan een volledige redenering.
Tijdens mijn loopbaan heb ik dat vaak ervaren. Ik ontmoette iemand en voelde bijna onmiddellijk of er ruimte bestond voor een oprechte samenwerking. Ik luisterde naar een nieuw idee en merkte dat iets in mij wakker werd. Of ik zat in een vergadering waarin alle cijfers op papier correct leken, terwijl een innerlijke onrust mij toch aanspoorde om nog een vraag te stellen.
Niet ieder gevoel bleek juist. Ook mijn intuïtie heeft mij niet tegen iedere verkeerde beslissing beschermd. Ik heb mensen vertrouwd die dat vertrouwen niet verdienden. Ik heb te lang in bepaalde projecten geloofd.
En ik heb soms hoop aangezien voor zekerheid. Juist daarom geloof ik dat intuïtie altijd naast eerlijk onderzoek moet staan. Wij moeten luisteren naar ons gevoel. Maar wij moeten ook de feiten bekijken.
Vragen stellen. Afspraken duidelijk maken. En bereid zijn onze eerste indruk te herzien wanneer de werkelijkheid iets anders laat zien. Intuïtie is geen rechter die een definitief vonnis uitspreekt.
Ze is eerder een trouwe raadgever die zacht zegt:
Kijken en opnieuw kijken
‘Kijk nog eens.’ ‘Luister beter.’ ‘Er is hier iets wat je nog niet volledig begrijpt.’ De beste intuïtie ontstaat volgens mij uit aandacht voor mensen. Wie werkelijk luistert, merkt meer op dan woorden alleen. Een stilte op het verkeerde ogenblik. Een blik die niet overeenkomt met wat iemand zegt.
Een stem die plotseling verandert. Of juist de rust en eenvoud waarmee een eerlijk mens spreekt. Dat zijn geen bewijzen. Maar het zijn signalen die ons kunnen uitnodigen om niet te snel verder te gaan.
Na het overlijden van Marco kreeg intuïtie voor mij nog een andere betekenis. Er waren momenten waarop een herinnering plotseling naar boven kwam. Een gedachte. Een gevoel van nabijheid.
Ik kan niet bewijzen waar zulke momenten vandaan komen. Misschien is het mijn geheugen. Misschien is het de liefde die in mij verder leeft. Ik hoef daar geen definitieve verklaring voor te vinden.
Het is genoeg dat zulke momenten mij helpen aandachtiger en menselijker te leven. Want intuïtie mag ons nooit van andere mensen verwijderen. Wanneer zij werkelijk waarde heeft, maakt zij ons juist gevoeliger voor wat een ander nodig heeft. Zij helpt ons merken dat iemand achter zijn glimlach verdriet verbergt.
Dat een medewerker niet alleen een fout heeft gemaakt, maar misschien ook bang is. Dat een vriend niet om raad vraagt, maar om aanwezigheid.
Mijn geboortedatum
En dat een kind soms vooral moet horen dat het geliefd is, ook wanneer niet alles lukt. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik de stilte ben gaan waarderen. Niet omdat stilte automatisch antwoorden geeft. Maar omdat wij in de stilte beter kunnen horen wat in de drukte wordt overstemd.
Onze angst. Onze hoop. Ons geweten. En soms die zachte innerlijke vraag:
‘Handel ik nu uit liefde, of uit angst?’ Dat is misschien wel de belangrijkste vraag die intuïtie ons kan stellen. Zij vertelt ons niet altijd welke weg zonder risico is. Zo’n weg bestaat meestal niet. Maar zij kan ons helpen voelen welke keuze het dichtst blijft bij de mens die wij willen zijn.
Daarom ben ik naar die stille stem blijven luisteren. Niet blindelings. Niet zonder na te denken. Maar met het respect dat wij verschuldigd zijn aan alles wat het leven ons, vaak zonder woorden, heeft geleerd.
Voor de meeste mensen zijn getallen praktische tekens. Ze vertellen ons hoe laat het is, hoeveel iets kost, hoe oud iemand is of op welke dag een gebeurtenis plaatsvond. Voor mij kregen getallen door de jaren heen een diepere betekenis. Numerologie is voor mij geen spel en geen onfeilbare voorspelling van de toekomst.
Ik zie haar als het geestelijke DNA van een mens: een symbolische blauwdruk van talenten, spanningen, opdrachten en mogelijkheden. Een blauwdruk is geen gevangenis.
De getallen 11 22 en 33
Wij behouden onze vrijheid en blijven verantwoordelijk voor onze keuzes. Maar zoals lichamelijk DNA iets vertelt over onze aanleg, kunnen getallen volgens mij iets zichtbaar maken van de innerlijke structuur waarmee wij door het leven gaan. Mijn eigen geboortedatum, 5 juni 1948, is daarvan voor mij het duidelijkste voorbeeld. De dag 5 staat voor beweging, nieuwsgierigheid, vrijheid en verandering.
Ik herken daarin mijn behoefte om nieuwe werelden te ontdekken: techniek, espresso, keramiek, software, artificiële intelligentie en spiritualiteit. Het getal 5 houdt niet van stilstand. Ook ik bleef mijn hele leven zoeken naar wat beter, anders of nog mogelijk kon zijn. De maand 6 staat voor familie, zorg, verantwoordelijkheid en harmonie.
Daarin herken ik de andere grote kracht in mijn leven. Hoe ver mijn werk mij ook bracht, mijn diepste drijfveer bleef mijn gezin. Dorina, Marco, Michael en later mijn kleinkinderen vormden het centrum waaromheen al het andere draaide. De spanning tussen 5 en 6 is eveneens herkenbaar.
De 5 wil vrijheid en nieuwe wegen. De 6 wil beschermen, vasthouden en verantwoordelijkheid dragen. Mijn leven heeft zich vaak precies tussen die twee krachten afgespeeld. Mijn geboortejaar draagt in deze berekening het meestergetal 22.
Dit getal wordt vaak de meesterbouwer genoemd. Het verbindt visie met de opdracht om iets concreets op aarde neer te zetten. Ook daarin herken ik mijn levensloop. Ik bleef niet alleen dromen.
Het getal 11
Ik bouwde ondernemingen, merken, relaties, presentatiesystemen en uiteindelijk samen met Marco de Glazen Piramide en Piramedia. Niet ieder bouwwerk bleef bestaan. Maar iedere poging liet ervaring, kennis en menselijke verbindingen achter. De schaduwzijde van 22 is de neiging om te veel verantwoordelijkheid te dragen en te lang te blijven geloven dat elk probleem nog opgelost kan worden.
Ook dat herken ik. Doorzetten was een van mijn grootste krachten, maar soms ook een last die ik te lang alleen droeg. Wanneer ik dag, maand en geboortejaar samenbreng, kom ik uit bij 33. In de numerologie is 33 een meestergetal van liefde, verantwoordelijkheid, dienstbaarheid en het doorgeven van inzicht.
Dat getal raakt mij, omdat helpen als een rode draad door mijn leven loopt. Eerst hielp ik klanten met techniek, koffie en ondernemerschap. Later kwamen mensen bij mij met andere vragen. Ze vroegen om een numerologische analyse van hun karakter, hun actuele situatie of de spanningen met andere mensen.
Sommigen kwamen jaar na jaar terug. Niet omdat ik hun leven voor hen kon voorspellen. Wel omdat de combinatie van berekening, intuïtie en aandachtig luisteren hun hielp patronen te herkennen. De 33 toont mij ook een grens.
Wie zich geroepen voelt anderen te helpen, kan zichzelf vergeten. Hij kan verantwoordelijkheden opnemen die niet volledig de zijne zijn. Hij kan blijven geven tot zijn eigen krachten bijna opgebruikt zijn.
Een spiegel en geen kooi
Ook die les heb ik meer dan eens moeten leren. Wanneer ik alleen mijn geboortedag en geboortemaand samenneem, verschijnt 11. In de methode waarmee ik werkte, noemde ik dit mijn zielsgetal: het getal van intuïtie, fijngevoeligheid, inspiratie en de zoektocht naar wat achter de zichtbare werkelijkheid ligt. Het verbaast mij niet dat juist 11 in mijn berekening voorkomt.
Als kind kende ik de ervaringen waarin ik meende mijn lichaam te verlaten. Later volgden de ervaring tussen leven en dood en vele ogenblikken waarop mijn intuïtie mij vroeg aandachtiger te kijken. Ik gebruik het getal 11 niet als bewijs dat mijn uitleg de enige juiste is. Het toont wel hoe sterk de vraag naar het onzichtbare altijd in mij aanwezig is geweest.
Ook 11 heeft een tegenstelling. Gevoeligheid kan inzicht brengen, maar ook onrust. Intuïtie kan richting geven, maar mag het nuchtere oordeel niet vervangen. Daarom heb ik altijd geprobeerd open te blijven zonder mijn vrijheid van denken op te geven.
Wanneer de letters van mijn volledige naam volgens het gebruikte numerologische systeem in getallen worden omgezet, is de som 54, die wordt herleid tot 9. Het getal 9 wordt verbonden met menselijkheid, mededogen, wijsheid door ervaring, afronding en het verlangen iets door te geven. Ook daarin herken ik waarom materieel succes voor mij nooit het laatste woord heeft gehad. De mensen bleven belangrijker dan het product.
Aandacht voor samenhang
De ontmoeting belangrijker dan het contract. En op latere leeftijd werd de vraag steeds sterker wat ik aan mijn kinderen, kleinkinderen en de generaties na mij kon nalaten. Dit boek is daar een antwoord op. Een van de meest opmerkelijke overeenkomsten ligt voor mij in 1981.
Dat was het jaar waarin ik 33 werd en tegelijk een zware crisis doormaakte. Precies in dat jaar van het meestergetal 33 werd ik gedwongen veel los te laten, verantwoordelijkheid op te nemen en van bijna niets opnieuw te beginnen. Kort daarna beleefde ik de ervaring tussen leven en dood die eerder in dit deel staat beschreven. Ik beweer niet dat het getal die gebeurtenissen heeft veroorzaakt.
Maar ik kan evenmin ontkennen hoe sterk de overeenkomst mij raakt. De berekening en mijn levensloop lijken elkaar daar als in een spiegel te ontmoeten. Het getal 99 heeft voor mij een bijzondere betekenis: drie keer 33. Ik herken daarin een symbolische afronding van een verhaal waarin bouwen, vallen, helpen, zoeken en opnieuw beginnen terugkeren.
Het getal maakt mijn verhaal niet waarachtiger; de ervaringen moeten dat doen. Het is een persoonlijke manier om naar de samenhang van mijn leven te kijken. Wanneer mensen mij om een analyse vroegen, begon ik altijd met de berekening. Maar de werkelijke betekenis ontstond pas in het gesprek.
De cijfers openden een deur. Achter die deur stond een mens met een eigen geschiedenis, verdriet, hoop en vrije wil. Numerologie hielp mij woorden te geven aan talenten en tegenstellingen die mensen vaak al diep in zichzelf voelden. Ik gebruikte haar om samen te onderzoeken waarom twee sterke karakters telkens op hetzelfde punt botsten.
IF — Wat als…?
Welke samenloop bleef u bij omdat zij iets in u raakte?
8
♥
Marco en de band die blijft
De liefde voor mijn zoon veranderde na zijn overlijden van vorm, maar verdween niet uit mijn leven.
IF — Wat als…?
Mijn zoon en mijn vriend
Geen enkele vraag in mijn leven is zo diep geworden als de vraag wat liefde betekent wanneer iemand sterft. Sinds het overlijden van Marco op 27 augustus 2009 draag ik die vraag iedere dag met mij mee. Het antwoord kwam niet in één zin. Het groeide in herinneringen, in gemis en in het gevoel dat onze band niet eenvoudig uit mijn leven kon verdwijnen.
Marco en ik gingen regelmatig samen naar Scherpenheuvel. Wij brandden er een kaarsje. Dat eenvoudige gebaar verbond stilte, hoop en nabijheid.
Onze gedeelde nieuwsgierigheid
Vandaag kan ik niet aan die plaats denken zonder ook zijn aanwezigheid in mijn herinnering te voelen. Later ontving ik via een medium twee handgeschreven teksten die voor mij een zeer persoonlijke betekenis kregen. Ik beschouw ze als deel van mijn ervaring en van mijn blijvende verbondenheid met Marco. Hun waarde ligt voor mij niet alleen in de woorden, maar ook in het ogenblik waarop zij mij bereikten en in wat ik daarin herkende.
Samen naar Scherpenheuvel
Ik heb vaak het gevoel dat Marco mij helpt bij het schrijven van mijn boeken. Misschien leeft die hulp in mijn herinnering aan onze gesprekken, misschien in de liefde die mij blijft voortstuwen, misschien op een manier waarvoor ik geen woorden bezit. Voor mij hoeft die vraag niet gesloten te worden. IF laat die deur open.
Liefde kan na een afscheid een andere vorm aannemen. Zij kan zichtbaar worden in wat wij bewaren, doorgeven en voor anderen proberen te betekenen.
Een kaarsje in stilte
Wanneer ik schrijf, spreek ik met mijn eigen stem, maar ik draag ook iets van Marco met mij mee. Wanneer ik over Marco schrijf, zoek ik ruimte voor de hele mens die hij was. Het gemis behoort tot mijn leven, maar ook de samenwerking, de ideeën en de gedeelde nieuwsgierigheid. Mijn liefde voor hem omvat meer dan het moment waarop wij afscheid moesten nemen.
Daarin ligt een brug tussen herinnering en aanwezigheid.
De twee handgeschreven teksten
Een herinnering kan aanleiding zijn tot een gesprek met zijn dochters, tot het bewaren van een foto of tot aandacht voor iemand die zelf iemand mist. Zo werkt een band uit het verleden door in de manier waarop ik vandaag probeer te leven. De geestelijke betekenis die ik daaraan geef, blijft persoonlijk. Ook wie mijn overtuiging niet deelt, kan begrijpen hoe belangrijk het is dat een geliefde een naam en een verhaal behoudt.
Schrijven met Marco in gedachten
Wij kunnen elkaar op dat menselijke punt ontmoeten zonder het over iedere verklaring eens te zijn. Nu ik de laatste bladzijde bereik, keer ik in gedachten terug naar de mensen met wie dit verhaal begon. Mijn ouders, die hun vertrouwde wereld achterlieten. Dorina, met wie ik een leven heb gedeeld.
Marco en Michael, die mij het voorrecht gaven vader te zijn. Mijn kleinkinderen, mijn familie en de vrienden die onderweg naast mij bleven staan. Ik heb geen antwoord gevonden op iedere vraag over leven en dood.
Liefde na het afscheid
Wel weet ik hoeveel een mens voor een ander kan betekenen. Liefde hoeft niet alles te verklaren om ons te dragen. Soms is zij een hand op een schouder, een herinnering die wij samen bewaren of de moed om na een moeilijke dag opnieuw iemand nabij te zijn. Marco, jouw plaats in mijn hart blijft.
Verder leven betekent niet dat ik je achterlaat. Het betekent dat ik wat wij deelden meedraag in de zorg voor wie er nog zijn.
De brug blijft open
Ook Michael en mijn kleinkinderen hebben hun eigen, onvervangbare plaats in die liefde. Aan jou die dit boek hebt gelezen, wil ik daarom vooral dit meegeven: wacht niet te lang om te zeggen dat je van iemand houdt. Luister, zoek elkaar op en geef de herinneringen door die anders verloren gaan. Als deze bladzijden een gesprek openen, iemand troost bieden of een klein gebaar van liefde in beweging brengen, dan leeft hun betekenis verder.
Het goud waarmee dit boek begon, leg ik aan het einde opnieuw bij de mensen die mijn leven hebben gedragen. Bij mijn ouders, Dorina, Marco en Michael, mijn kleinkinderen en allen die hun warmte met ons deelden. Hun liefde en hun moed zijn de rijkdom die ik wil doorgeven. Aan hen behoort het goud van deze bladzijden.
Ik sluit dit boek met dankbaarheid. In naam van al de mijnen. Renato
IF — Wat als…?
Hoe leeft de liefde voor een afwezige verder in uw dagelijkse leven?
9
…
De duizenden gesprekken
Mensen kwamen niet alleen met vragen. Zij kwamen vooral met een verlangen om gehoord te worden.
IF — Wat als…?
Luisteren voor spreken
Mijn zoektocht is nooit alleen gebleven. Door de jaren heen vertelden duizenden mensen mij over hun vragen, hun verdriet, hun dromen en de samenlopen die zij niet konden vergeten. Vaak kwamen zij niet voor een groot antwoord. Zij zochten iemand die eerst wilde luisteren.
Ik ontdekte dat aandacht soms belangrijker is dan uitleg. Wanneer een mens zijn verhaal zonder onmiddellijk oordeel kan uitspreken, hoort hij soms zelf wat diep in hem leeft. Mijn numerologische berekeningen openden dikwijls een gesprek, maar de mens achter de cijfers bleef altijd het belangrijkste. Ook boeken en getuigenissen van anderen hielpen mij mijn eigen weg te onderzoeken.
Ik las over Edgar Cayce, Jozef Rulof, Robbert van den Broeke, Giorgio Dibitonto en Pier Giorgio Caria. Ik nam niet alles zonder meer over. Ik luisterde naar wat hun verhalen in mij wakker maakten en bleef mijn eigen ervaring als vertrekpunt bewaren. IF wil diezelfde houding aan de lezer aanbieden.
Een verhaal hoeft niet het uwe te worden om iets in u te raken. U mag een gedachte meenemen, een andere laten rusten en later opnieuw terugkeren. Vrij denken betekent ook dat ieder mens zijn eigen tempo behoudt. Wanneer ik vandaag terugkijk, besef ik dat het niet om enkele honderden gesprekken ging.
Het moeten er door de jaren heen duizenden zijn geweest. Gesprekken over numerologie. Over spiritualiteit.
De mens achter het getal
Over de vreemde samenlopen van omstandigheden die wij soms toeval noemen. Over verlies. Over verdriet. Over liefde.
En heel vaak over Marco. Die gesprekken vonden vrijwel nooit bij ons thuis plaats. Dorina wilde niet dat mensen voor spirituele gesprekken of numerologie bij ons aan huis kwamen. Zij gelooft zelf niet in spiritualiteit.
Ook sprak zij liever niet openlijk over Marco. Waarom dat voor haar zo moeilijk was, weet ik niet volledig. En omdat ik het niet weet, wil ik haar geen redenen of gevoelens toeschrijven die zij zelf nooit heeft uitgesproken. Twee ouders kunnen hetzelfde kind verliezen en toch op een totaal verschillende manier met hun verdriet omgaan.
Ik had behoefte om te spreken. Om herinneringen te delen. Om te proberen te begrijpen wat er was gebeurd. Dorina zocht die openbaarheid niet.
Waar ik woorden nodig had, bleef zij liever stil. Waar ik contact zocht met mensen die soortgelijke vragen stelden, hield zij haar gevoelens voor zichzelf. Geen van beide manieren maakt het verlies minder groot. Maar het verschil tussen ons was soms moeilijk.
Voor mij was spreken over Marco geen poging om in het verleden te blijven leven. Het was een manier om hem dichtbij te houden. Marco en ik hadden zoveel met elkaar gedeeld. Onze belangstelling voor technologie.
Onze samenwerking. Onze dromen. Onze eindeloze gesprekken en discussies.
Verdriet dat woorden zoekt
We konden het hartgrondig met elkaar oneens zijn. Maar juist uit die discussies ontstonden vaak onze beste ideeën. Na zijn overlijden viel dat allemaal plotseling weg. Er was niemand meer met wie ik op dezelfde manier kon praten.
Niemand die precies begreep welke dromen wij samen hadden gekoesterd en hoeveel jaren van ons leven daarin verweven waren geraakt. Misschien ben ik daarom op andere manieren blijven zoeken naar contact. Omdat deze gesprekken niet bij ons thuis konden plaatsvinden, voerde ik ze elders. Tijdens spirituele activiteiten.
Op bijeenkomsten. In cafés. Tijdens wandelingen. Via de telefoon.
En later steeds vaker via het internet. WhatsApp werd een belangrijk middel om met mensen te communiceren. Sommige gesprekken begonnen met één kort bericht. Maar voor ik het wist, vertelden mensen mij hun hele levensverhaal.
Soms schreef iemand mij midden in de nacht. Iemand die verdriet had. Iemand die zich alleen voelde. Of iemand die nergens anders durfde te zeggen wat hem of haar werkelijk bezighield.
Ook via een website waarop ik over Marco sprak, ontstonden vele contacten. Ik vertelde er over zijn leven. Over onze samenwerking. Over zijn dromen.
Maar ook over zijn overlijden en over de vragen waarmee ik als vader achterbleef. Daarnaast deelde ik door de jaren heen honderden foto’s en video’s van Marco en van onze familie op verschillende sociale media.
Ervaringen van anderen
Voor sommige mensen waren dat misschien gewoon beelden. Voor mij waren het fragmenten van een leven. Een glimlach. Een reis.
Een feest. Een werkmoment. Een herinnering aan wie Marco werkelijk was. Ik deed dat om één heel eenvoudige reden:
Ik wilde niet dat hij vergeten zou worden. Ik wilde niet dat zijn hele leven zou worden herleid tot zijn laatste dag. Wie alleen weet hoe Marco stierf, weet nog niet wie Marco was. Hij was een zoon.
Een vader. Een broer. Een vriend. Een ondernemer.
Een mens vol ideeën en enthousiasme. Hij was iemand die kon lachen, dromen, discussiëren en anderen inspireren. Door zijn foto’s, zijn video’s en zijn verhaal te delen, probeerde ik al die kanten van hem levend te houden. De digitale wereld werd voor mij daardoor veel meer dan een technisch hulpmiddel.
Ze werd een plaats van herinnering. Een plaats waar ik over Marco kon blijven vertellen. En tegelijkertijd een plaats waar mensen van overal met hun eigen verhalen naar mij toe kwamen. Veel van die gesprekken begonnen met numerologie.
Iemand stuurde mij een geboortedatum. Een ander vertelde over getallen die voortdurend in zijn leven terugkeerden. Weer iemand probeerde betekenis te vinden in een gebeurtenis die hij niet kon verklaren. Door de jaren heen heb ik voor honderden mensen een numerologische berekening of analyse gemaakt.
Ik heb daar nooit enige vergoeding voor gevraagd.
Edgar Cayce
Niet één keer. Ik deed het omdat ik mensen wilde helpen nadenken over hun leven. De cijfers vormden vaak slechts het begin. Ze openden een deur.
Maar achter die deur stond altijd een mens. Een mens met vragen. Met verdriet. Met hoop.
Met angsten. En met een verhaal dat gehoord wilde worden. Naast die persoonlijke gesprekken heb ik door de jaren heen aan honderden spirituele activiteiten deelgenomen en er zelf ook vele georganiseerd. Ik ontmoette daardoor mensen met zeer verschillende achtergronden en overtuigingen.
Sommigen waren diep gelovig. Anderen twijfelden aan alles. Weer anderen waren vooral nieuwsgierig. Ik vond het nooit noodzakelijk dat iemand hetzelfde geloofde als ik.
Ik wilde niemand overtuigen. Ik wilde begrijpen. En ik wilde ruimte geven aan vragen waarvoor in het dagelijkse leven vaak weinig plaats bestaat. Wat mij telkens opnieuw raakte, was het vertrouwen dat mensen in mij stelden.
Zij vertelden mij soms dingen die ze nog nooit eerder met iemand hadden gedeeld. Verdriet dat jarenlang verborgen was gebleven. Angsten die zij voor hun eigen familie niet durfden uitspreken. Ervaringen waarvoor zij bang waren veroordeeld of uitgelachen te worden.
Dat vertrouwen heb ik altijd als een bijzonder voorrecht beschouwd. De persoonlijke verhalen die mensen mij toevertrouwden, zijn niet van mij om verder te vertellen. Hun namen. Hun geheimen.
Hun pijn. Die blijven bij mij.
Jozef Rulof en andere stemmen
Wat ik wel mag delen, zijn de lessen die al die ontmoetingen mij hebben geleerd. Ik heb nooit beweerd dat ik de waarheid in handen had. Integendeel. Ik zag mezelf als iemand die een eindje met een ander meeliep.
Ook niet omdat zij de dingen op dezelfde manier zou moeten ervaren als ik. Maar omdat ik hoop dat zij daardoor beter zal begrijpen wat er in al die jaren in mij is omgegaan. Waarom ik over Marco bleef spreken. Waarom ik zijn foto’s en video’s bleef delen.
Waarom ik contact zocht met zoveel mensen. Waarom numerologie en spiritualiteit voor mij zo belangrijk werden. En waarom ik het gevoel had dat Marco’s verhaal verteld moest blijven worden. Misschien kan dit boek haar bereiken op een manier waarop een website, een WhatsApp-bericht of een bericht op sociale media dat nooit kon.
Misschien zal zij tussen deze regels opnieuw iets herkennen van de band die Marco en ik met elkaar hadden. Van onze gezamenlijke interesses. Onze samenwerking. Onze discussies.
Onze dromen. En van de enorme stilte die na zijn overlijden in mij achterbleef. De duizenden gesprekken die ik daarna met anderen voerde, konden die stilte niet opvullen. Maar zij zorgden ervoor dat ik er niet volledig alleen in bleef staan.
Zij leerden mij nederiger te zijn. Geduldiger. Voorzichtiger met mijn oordeel.
Mijn eigen weg bewaren
En gevoeliger voor de onzichtbare strijd die ieder mens met zich kan meedragen. Bovenal bevestigden zij een waarheid waarin ik altijd ben blijven geloven: Ieder mens heeft minstens één keer in zijn leven iemand nodig die niet alleen met zijn oren... maar vooral met zijn hart naar hem luistert. De pagina over Edgar Cayce opent een leesroute rond zijn readings en de spirituele onderwerpen die ermee verbonden worden. Voor dit boek is vooral de mogelijkheid tot vergelijken van belang: hoe spreken verschillende tradities over bewustzijn, dromen en de betekenis van een leven?
Het materiaal over Cayce stelt niet vast wat mijn eigen ervaringen veroorzaakte. Bij Jozef Rulof komen vragen over het hiernamaals, de ziel en oorzaak en gevolg samen. Onze pagina bevat ook de noodzakelijke kritische context bij zijn werk. Mijn eigen uitgangspunt blijft de gelijkwaardigheid van mensen.
Een uitleg die slachtoffers schuldig maakt aan het onrecht dat hun werd aangedaan, neem ik niet als verklaring voor hun lijden over. De pagina over Robbert van den Broeke brengt zijn eigen verhaal en kritische bronnen naast elkaar. De verbinding met dit boek ligt bij de vragen die getuigenissen kunnen oproepen. Een verhaal leren kennen is een andere stap dan een bovennatuurlijke verklaring onafhankelijk vaststellen.
Bij Giorgio Dibitonto staat het verhaal Angeli in astronave centraal. Het biedt een leesroute waarin een contactverhaal een religieuze en spirituele betekenis krijgt.
Vrijheid voor iedere lezer
Naast mijn herinnering aan Luik ontstaat zo een vergelijking tussen ervaringen en de taal waarmee vertellers die proberen te begrijpen. De pagina’s over Pier Giorgio Caria en de zaak Amicizia verzamelen bijdragen rond ufologie, contactverhalen en spiritualiteit. Zij kunnen helpen verschillende getuigenissen naast elkaar te lezen. Geen van die verhalen bepaalt achteraf wat ik boven Luik zag.
Ook wanneer een verklaring openblijft, kunnen wij aandacht geven aan de mensen die vertellen. Ik wil de lezer dezelfde ruimte geven die ik zelf nodig heb. Een gedachte mag worden onderzocht, gewaardeerd, betwijfeld of terzijde gelegd. Verwondering verplicht niemand tot instemming.
Kritische vragen hoeven de menselijke waardigheid van een verteller niet aan te tasten. Mijn eigen maatstaf blijft hoe een gedachte doorwerkt in het leven. Helpt zij mij zorgvuldiger te luisteren? Maakt zij mij gevoeliger voor de pijn van een ander?
Laat zij ruimte voor vrijheid en verantwoordelijkheid? Op dat punt ontmoeten de verschillende leesroutes de persoonlijke weg die ik in dit boek beschrijf. Een persoonlijke zoektocht kan ruimte bieden aan de verhalen en overtuigingen van anderen. Op de website hebben verschillende auteurs, sprekers en getuigen daarom een eigen pagina gekregen.
Zij vormen een verzameling om verder te ontdekken. Dat betekent niet dat ieder van hen mijn ervaring verklaart of dat ik iedere uitspraak van hen overneem. De verhouding tot mijn eigen verhaal is vooral thematisch. Vragen over bewustzijn en voortbestaan sluiten aan bij mijn herinneringen en het gemis van Marco.
Getuigenissen over onbekende verschijnselen bieden een andere omgeving om aan Luik te denken. Maar mijn herinnering blijft mijn herinnering, en de conclusie van een andere auteur blijft diens conclusie.
10
↺
Wat wij de wereld teruggeven
Een gedachte krijgt voor mij betekenis wanneer zij zichtbaar wordt in de manier waarop wij leven.
IF — Wat als…?
De boemerangwet
Vrij denken betekent voor mij nooit dat onze daden zonder gevolgen zijn. Integendeel. Hoe ruimer onze gedachten worden, hoe belangrijker de vraag hoe wij met anderen omgaan. Een spirituele gedachte krijgt pas waarde wanneer zij zichtbaar wordt in respect, zorg en verantwoordelijkheid.
Ik heb de wet van oorzaak en gevolg vaak de boemerangwet genoemd. Wat wij uitzenden, keert op een of andere manier naar ons terug. Een hard woord kan lang blijven hangen. Een klein gebaar van begrip kan iemand op een moeilijke dag opnieuw moed geven.
Vergeving speelt daarin een bijzondere rol. Vergeven betekent voor mij niet dat alles ongedaan wordt gemaakt. Het betekent dat ik niet wil toelaten dat oude pijn iedere nieuwe dag blijft besturen. Ook tegenover mijzelf moest ik leren milder te worden.
Een moment van licht hoeft niet groot te zijn. Het kan beginnen met luisteren, een telefoontje, een bezoek of een kaarsje. Zulke daden verbinden de wereld van onze overtuigingen met het leven van iedere dag. Zij maken de brug begaanbaar.
Oorzaak en gevolg
Die brug begint voor mij in heel gewone ogenblikken. In de bereidheid om een gesprek niet te winnen, maar werkelijk te luisteren. In de moed om na een teleurstelling opnieuw vertrouwen te schenken. In de aandacht voor iemand die zich alleen voelt, ook wanneer wij zijn verdriet niet kunnen oplossen.
Wij hoeven het onzichtbare niet eerst te verklaren voordat wij iets goeds kunnen doen. Een gedachte over liefde krijgt pas betekenis wanneer iemand die liefde ervaart. Een overtuiging over verbondenheid wordt zichtbaar wanneer wij zorg dragen voor elkaar, voor de natuur en voor de wereld die wij doorgeven. Ook daarin klinkt de vraag van IF.
Wat als één klein gebaar verder reist dan wij ooit zullen weten? Wat als een vriendelijk woord iemand helpt om niet op te geven? Wij hoeven het antwoord niet te zien om toch voor het goede te kiezen. Alles wat wij doen, brengt iets in beweging.
Soms zien wij het gevolg onmiddellijk. Soms pas jaren later.
Verantwoordelijkheid
En heel vaak zullen wij nooit volledig weten hoe ver de invloed van één woord of één daad heeft gereikt. Door de jaren heen ben ik dat de wet van oorzaak en gevolg gaan noemen. Niet als een eenvoudig rekensysteem waarin ieder goed mens automatisch geluk ontvangt en ieder slecht mens onmiddellijk wordt gestraft. Zo werkt het leven niet.
Ik heb goede mensen zien lijden. Ik heb eerlijke ondernemingen zien verdwijnen. Ik heb meegemaakt dat inzet en liefde niet voldoende waren om een verlies te voorkomen. Geen mens is zelf schuldig aan ieder verdriet dat hem overkomt.
Een slachtoffer mag nooit verantwoordelijk worden gemaakt voor het onrecht dat een ander hem heeft aangedaan. Oorzaak en gevolg betekent voor mij iets anders. Het betekent dat wij verantwoordelijkheid dragen voor wat wij zelf in de wereld brengen. Een woord kan iemand vernederen.
Maar een woord kan iemand ook opnieuw moed geven. Een belofte kan vertrouwen opbouwen.
Vergeving
En het breken van die belofte kan een wonde achterlaten die veel langer blijft bestaan dan degene die haar veroorzaakte ooit zal beseffen. Een helpende hand kan een mens op een beslissend moment opnieuw recht helpen. En diezelfde mens kan jaren later een hand uitsteken naar iemand anders. Zo reist een daad verder.
Van mens tot mens. Van gezin tot gezin. Soms zelfs van de ene generatie naar de volgende. Mijn vader vertrok uit Italië om zijn kinderen een betere toekomst te geven.
De gevolgen van die beslissing reikten veel verder dan hij toen kon overzien. Zij raakten mijn leven. Het leven van mijn kinderen. En vandaag ook dat van mijn kleinkinderen.
Eén keuze werd een reeks nieuwe mogelijkheden. Ook mijn moeder bracht iedere dag iets in beweging. Niet met grote toespraken. Maar met zorg.
Met volharding. Met de liefde waarmee zij haar gezin bijeenhield. Die liefde verdween niet toen haar leven eindigde. Ze leeft verder in de manier waarop wij zelf proberen voor anderen te zorgen.
Zorg voor lichaam en geest
Dat is oorzaak en gevolg in zijn meest menselijke vorm. Niet een onzichtbare straf of beloning. Maar de eenvoudige waarheid dat onze manier van leven sporen nalaat. Ook in mijn beroepsleven heb ik die wet ervaren.
Wanneer je jarenlang eerlijk werkt, ontstaat vertrouwen. Niet in één grote beweging. Maar in honderden kleine momenten waarop je doet wat je hebt beloofd. Wanneer dat vertrouwen wordt beschaamd, kan het in één ogenblik instorten.
Maar ook dan blijft er een keuze. Laat ik de teleurstelling bepalen wie ik voortaan word? Of probeer ik voorzichtiger te worden zonder mijn menselijkheid te verliezen? De daden van anderen hebben gevolgen voor ons.
Maar de manier waarop wij daarna verder leven, behoort uiteindelijk weer tot onze eigen verantwoordelijkheid. Dat betekent niet dat wij alles moeten aanvaarden. Grenzen zijn noodzakelijk. Eerlijkheid vraagt soms dat wij afstand nemen.
Vergeving betekent niet dat iemand opnieuw dezelfde macht over ons moet krijgen. Maar wij kunnen wel weigeren om het kwaad dat ons werd aangedaan eindeloos door te geven. Wie gekwetst is, kan anderen kwetsen.
Een moment van licht
Maar hij kan ook besluiten dat de keten bij hem stopt. Dat is een van de moeilijkste en moedigste keuzes die een mens kan maken. Ik denk vaak aan de duizenden gesprekken die ik met mensen heb gevoerd. Soms zei iemand na afloop dat één zin hem was bijgebleven.
Vaak wist ik zelf nauwelijks meer welke zin dat was. Dat leerde mij hoe voorzichtig wij met woorden moeten omgaan. Wij weten nooit welke woorden in een ander hart blijven wonen. Daarom is geen enkele oprechte daad van menselijkheid werkelijk klein.
Een telefoontje. Een bezoek. Een verontschuldiging. Een luisterend oor.
Een eenvoudig: ‘Je staat er niet alleen voor.’ Elk van die gebaren kan een nieuwe beweging beginnen. Misschien zien wij het resultaat nooit. Maar ergens leeft het verder.
Ik geloof daarom niet dat wij altijd precies oogsten wat wij zelf hebben gezaaid. Het leven is daarvoor te complex. Maar ik geloof wel dat wat wij zaaien ergens groeit. In vertrouwen.
In herinnering. In moed. Of in pijn. Dat besef maakt iedere keuze belangrijk.
Een klein gebaar
Niet omdat wij volmaakt moeten leven. Dat kan niemand. Maar omdat wij iedere dag opnieuw kunnen proberen iets in beweging te brengen wat de wereld een beetje menselijker maakt. En wanneer wij zelf een fout hebben gemaakt, kunnen wij ook een nieuwe oorzaak scheppen.
Door verantwoordelijkheid te nemen. Door vergeving te vragen. Door het de volgende keer anders te doen. Het verleden kunnen wij niet wissen.
Maar wij kunnen wel voorkomen dat het zonder einde dezelfde pijn blijft voortbrengen. Daar begint voor mij de lange weg naar vergeving. In moeilijke tijden wil ik met deze zoektocht ook een plaats bieden aan mensen die behoefte hebben aan verlichting, liefde, medeleven en begrip. Dat verlangen sluit aan bij wat ik zelf in de gesprekken met anderen zo vaak zag: een mens kan al veel ontvangen wanneer iemand werkelijk de tijd neemt.
Een moment van licht hoeft geen groot antwoord te zijn. Het kan een zin zijn die ruimte maakt, een herinnering die gedeeld wordt of het besluit om een oordeel nog even uit te stellen.
De brug in het dagelijkse leven
Zo krijgt het woord licht in dit boek een plaats in het gewone leven. Ik weet uit mijn eigen geschiedenis hoe zwaar een periode kan worden waarin veel tegelijk wegvalt. De crisis van 1981, het verlies van dierbaren en de moeilijke jaren horen bij de mens die ik vandaag ben. Ik hoef die gebeurtenissen niet mooi te maken om te erkennen dat zij mijn aandacht voor anderen hebben veranderd.
Wie wil helpen, hoeft niet altijd de juiste woorden te vinden. Soms begint het met vragen of iemand wil vertellen. Soms met een bezoek of een bericht. Soms met de bereidheid stil te blijven terwijl een ander zoekt naar zijn woorden.
Een positieve gedachte wil ik daarbij niet gebruiken om verdriet weg te duwen. Hoop kan naast verdriet bestaan. Dankbaarheid kan naast gemis bestaan. Een moeilijke dag hoeft niet eerst te verdwijnen voordat er ruimte is voor een vriendelijk gebaar.
Daar komt voor mij de brug opnieuw in beeld. Wat ik in een bijzonder moment als vrede of verbondenheid heb ervaren, wil ik meenemen naar het contact met anderen. De waarde ervan groeit wanneer iemand zich gehoord voelt of opnieuw een kleine mogelijkheid ziet. Misschien kunt u vandaag één mens laten merken dat zijn of haar bestaan ertoe doet.
Zonder een groot verhaal, zonder iets te moeten oplossen. Alleen met aandacht. Ook dat kan verder reizen dan wij ooit zullen weten.
IF — Wat als…?
Welk klein gebaar van u kan vandaag licht brengen?
11
IF
De open brug
Aan het einde van dit boek blijft de vraag bestaan. Dat is geen tekort, maar zijn bestemming.
IF — Wat als…?
De Renato van vandaag
Toen ik rond het jaar 2000 het eerste IF schreef, wist ik niet welke weg het boek nog zou afleggen. Het papier verdween. De vraag bleef. Vandaag begrijp ik dat een gedachte niet verloren is zolang zij in een mens blijft werken.
Mijn leven gaf aan die twee letters een nieuwe inhoud. IF draagt nu het kind dat boven zijn bed leek te zweven, de man die na een crisis vrede ervoer, de getuige onder de hemel van Luik, de bouwer van de Glazen Piramide en de vader die Marco blijft liefhebben. Het draagt ook alle mensen die mij hun vertrouwen schonken.
Wat het leven toevoegde
Hun verhalen leerden mij dat twijfel geen leegte hoeft te zijn. Twijfel kan een open plaats worden waarin wij zorgvuldiger luisteren en dichter bij onze eigen waarheid komen. Werkelijkheid is groter dan wat één mens kan overzien. Wij kennen een deel door onze zintuigen, een deel door kennis en een deel door ervaring.
Daarnaast blijft ruimte bestaan voor verbeelding, geloof en hoop. In die ruimte wil IF ademen. Misschien zal een lezer na de laatste bladzijde geen nieuw antwoord hebben. Misschien heeft hij wel opnieuw zin om een oude droom op te nemen, iemand zonder oordeel te beluisteren of met andere ogen naar de sterren te kijken.
Dat is genoeg.
Tussen weten en voelen
De vraag blijft open. Zij behoort voortaan niet alleen aan mij, maar aan iedereen die haar durft uit te spreken. Wat als? Dit boek groeit uit mijn leven.
Uit de mensen die ik heb liefgehad, uit wat ik heb opgebouwd en verloren, en uit ervaringen waarvoor ik niet altijd de juiste woorden vond. Sommige herinneringen dragen een datum. Andere leven vooral voort in een gevoel: verwondering, vrede, gemis of het vermoeden dat er meer te ontdekken valt dan wat wij op het eerste gezicht zien. In Mijn leven vertelde ik over mijn familie, mijn Italiaanse wortels, mijn jeugd in België, mijn werk en de mensen die mij hebben gevormd.
Twijfel die ruimte geeft
Met dit boek wil ik diezelfde mens van binnenuit laten zien. De ondernemer die telkens opnieuw begon, de vader die Marco mist en het kind dat zich verwonderde, zijn geen afzonderlijke personen. Zij horen bij elkaar. Hun ervaringen vormen samen de brug die ik hier probeer te beschrijven.
Die brug heeft aan de ene kant de aarde: ons dagelijks bestaan, onze verantwoordelijkheid, onze relaties, ons lichaam en de zorg voor elkaar.
De werkelijkheid blijft groeien
Aan de andere kant staan de vragen die ik met het woord hemel verbind: wat is bewustzijn, wat betekent liefde, wat blijft wanneer iemand sterft, en hoe geven wij plaats aan iets wat wij intens beleven maar niet volledig begrijpen? Tussen die twee kanten ligt mijn zoektocht. Ik schrijf dit niet omdat ik iedere vraag kan beantwoorden. Ik schrijf omdat zwijgen over wat mij heeft geraakt, ook iets van mijn leven onverteld zou laten.
Mijn ervaringen hoeven niet door iedereen op dezelfde manier te worden begrepen. De een zal zich erin herkennen. Een ander zal andere verklaringen zoeken. Beiden zijn welkom als lezer.
Opnieuw durven dromen
Daarom laat ik in deze bladzijden mijn verhaal en de verdieping naast elkaar bestaan. Eerst vertel ik wat ik mij herinner. Daarna krijgen de vragen die eruit voortkomen meer ruimte. Soms sluit een ervaring aan bij wat anderen een uittreding, een betekenisvolle samenloop of intuïtie noemen.
Die herkenning is een begin van een gesprek. Zij legt de verklaring niet voorgoed vast. Numerologie heeft in dat gesprek een bijzondere plaats gekregen. Getallen hielpen mij nadenken over mijn eigen levensweg en openden de deur naar de verhalen van anderen.
Maar de mens achter de berekening bleef belangrijker dan het getal. Dat geldt ook voor dit boek.
Een geschenk aan de lezer
Mijn leven laat zich niet tot een formule terugbrengen, en dat van de lezer evenmin. Het gemis van Marco loopt door veel van deze hoofdstukken. Hem herinneren betekent voor mij zijn leven blijven zien: zijn ideeën, zijn enthousiasme, onze samenwerking en de gesprekken die wij konden voeren. Tegelijk behoren Michael, mijn kleinkinderen, Dorina, mijn ouders, mijn familie en mijn vrienden tot de liefde die mij met het leven verbindt.
De aandacht voor wie ik mis, wil ik meenemen naar wie vandaag naast mij staat. Mijn hoop is dat dit boek een plaats van ontmoeting wordt. Een plaats waar iemand een vraag mag stellen zonder onmiddellijk beoordeeld te worden.
IF
Waar verdriet geen tekortkoming is. Waar nieuwsgierigheid en zorgvuldig nadenken elkaar kunnen helpen. En waar een gedachte pas werkelijk waarde krijgt wanneer zij iets verandert in de manier waarop wij met elkaar omgaan. Dit boek begon bij de vraag hoe mijn leven en mijn innerlijke zoektocht elkaar raken.
Onderweg kwamen het kind, de vader, de ondernemer en de luisteraar telkens samen. De ervaringen verschillen, maar de mens die probeert te begrijpen en lief te hebben, loopt door alle hoofdstukken heen. Er zullen nieuwe verhalen bijkomen. Misschien zal ik sommige herinneringen duidelijker kunnen verwoorden.
Misschien zal een gesprek mij opnieuw laten kijken naar een gedachte die vertrouwd was geworden. Die ruimte wil ik behouden. Wat ik hoop door te geven, is de moed om aandachtig te leven. Om een vraag open te laten zonder de mens die haar stelt alleen te laten.
Om verantwoordelijkheid te nemen voor wat wij zelf in beweging brengen. En om de liefde die wij ontvingen in onze eigen gebaren verder te dragen. Groeien in verbondenheid en bewustzijn. Renato Rossi
IF — Wat als…?
Welke betekenis geeft u zelf aan de woorden wat als?
