Tussen hemel en aardeGroeien in verbondenheid en bewustzijnRenato Rossi
← Alle hoofdstukkenTerug naar mijn website

RENATO ROSSI · Integrale editie

Leesinstellingen

De nacht die mijn kijk op leven en dood veranderde

Na de crisis van 1981 bevond ik mij in een van de zwaarste periodes van mijn leven. Overdag probeerde ik oplossingen te vinden. Ik moest opnieuw beginnen. Ik wilde sterk blijven voor mijn gezin. Maar ’s nachts droeg ik de spanning met mij mee. In die periode beleefde ik een ervaring die mij nooit meer heeft losgelaten. Ze begon met een ontploffing. Ik zag mijn lichaam door de kracht ervan enkele meters verder neervallen.

Maar ik voelde geen pijn. Integendeel. Op hetzelfde ogenblik ervoer ik een ongelooflijke rust. Een zalig gevoel dat ik voordien nooit had gekend. Ik bevond mij buiten mijn lichaam. Gewichtloos. Licht als een pluim. Van bovenaf zag ik mensen naar mijn lichaam toelopen. Ook dokters probeerden mij te reanimeren. Ik zag alles wat zij deden. Ik riep dat het goed met mij ging. Dat ik daar niet lag. Dat ik boven hen was.

Maar niemand hoorde mij. Ik probeerde hen aan te raken. Mijn handen gingen dwars door hun lichaam heen. Zij voelden niets. Ik bleef roepen, maar voor hen bestond ik op dat ogenblik niet. Toen veranderde de ervaring. Ik begon te vliegen. Vrij als een arend bewoog ik mij boven de wereld. Ik verplaatste mij met een snelheid die ik niet kan beschrijven.

Toch was er geen angst. Alleen vrijheid. Alleen vrede. De aarde zag er anders uit dan in het gewone leven. De hemel was van een uitzonderlijk intens blauw. Het gras onder mij had een helder, bijna fluorescerend groen. Ik zag kleuren waarvoor ik geen naam kende. Alles was zuiverder, scherper en levender dan wat onze ogen gewoonlijk waarnemen. Ik voelde mij volledig gelukkig. Niet het soort geluk dat ontstaat wanneer iets goed gaat.

Het was een geluk zonder voorwaarden. Een diepe vrede waarin geen angst, pijn of bezorgdheid bestond. Nooit eerder had ik zoiets gevoeld. En nooit daarna heb ik dat gevoel volledig kunnen terugvinden. Uiteindelijk voelde ik hoe ik heel zacht naar mijn lichaam terugkeerde. Alsof een lichte pluim langzaam neerdaalde en opnieuw haar plaats vond. Toen werd ik wakker. Ik huilde. Niet uit verdriet. Ik huilde omdat de ervaring zo intens en zo werkelijk had aangevoeld.

Een deel van mij wilde dat gevoel van vrede niet verliezen. Een ander deel begreep dat ik terug was in mijn gewone leven, met alle zorgen die mij daar wachtten. Was het een droom? Was het een ervaring tussen slapen en waken? Was het mijn bewustzijn dat onder de druk van die moeilijke periode een andere werkelijkheid schiep? Of raakte ik voor een ogenblik aan iets wat wij nog niet volledig kunnen begrijpen?

Na de crisis moest ik opnieuw leren geloven dat een val niet het einde hoeft te zijn. In mijn ervaring zag ik mijn lichaam vallen, maar mijn bewustzijn steeg op. Misschien was

Ik weet het niet. Ik wil geen zekerheid voorwenden die ik niet bezit. Maar ik weet wel wat ik heb beleefd. Deze ervaring is tot diep in mijn geheugen doorgedrongen. Ik zal haar mijn hele leven met mij meedragen. Ze gaf mij bovendien iets wat ik toen hard nodig had. Kracht.

dat geen voorspelling en geen boodschap van buitenaf. Misschien was het mijn eigen innerlijke wereld die mij liet voelen dat er na de verwoesting nog ruimte bestond. Ruimte om opnieuw te beginnen. Ruimte om te leven.

Wat de verklaring ook is, de vrede die ik toen ervoer heeft mijn kijk op leven en dood veranderd. Ik ben de dood niet gaan zoeken. Ik ben het leven juist intenser gaan waarderen. Want wanneer een mens zelfs in zijn diepste duisternis nog een glimp van licht ervaart, kan die ene herinnering voldoende zijn om opnieuw recht te staan.