Tussen hemel en aardeGroeien in verbondenheid en bewustzijnRenato Rossi
← Alle hoofdstukkenTerug naar mijn website

RENATO ROSSI · Integrale editie

Leesinstellingen

Intuïtie, de stille stem

Niet iedere belangrijke beslissing in mijn leven begon met een berekening. Soms was er eerst een gevoel. Een bijna onhoorbare waarschuwing. Of juist een rustig vertrouwen dat mij zei dat ik een bepaalde weg moest onderzoeken. Dat noem ik intuïtie. Voor mij is intuïtie geen magische stem die altijd gelijk heeft. Ze is ook geen excuus om feiten te negeren. Ik zie haar als een stille stem die ontstaat uit ervaring, liefde en aandacht.

Alles wat wij hebben meegemaakt, laat iets in ons achter. Gesprekken. Blikken. Fouten. Teleurstellingen. Momenten waarop wij iemand terecht vertrouwden. En momenten waarop wij achteraf beseften dat wij voorzichtiger hadden moeten zijn. Ons verstand kan niet al die indrukken voortdurend één voor één benoemen. Toch worden zij ergens in ons bewaard. Soms komen zij samen in één gevoel dat sneller is dan een volledige redenering. Tijdens mijn loopbaan heb ik dat vaak ervaren.

Ik ontmoette iemand en voelde bijna onmiddellijk of er ruimte bestond voor een oprechte samenwerking. Ik luisterde naar een nieuw idee en merkte dat iets in mij wakker werd. Of ik zat in een vergadering waarin alle cijfers op papier correct leken, terwijl een innerlijke onrust mij toch aanspoorde om nog een vraag te stellen. Niet ieder gevoel bleek juist. Ook mijn intuïtie heeft mij niet tegen iedere verkeerde beslissing beschermd. Ik heb mensen vertrouwd die dat vertrouwen niet verdienden.

Ik heb te lang in bepaalde projecten geloofd. En ik heb soms hoop aangezien voor zekerheid. Juist daarom geloof ik dat intuïtie altijd naast eerlijk onderzoek moet staan. Wij moeten luisteren naar ons gevoel. Maar wij moeten ook de feiten bekijken. Vragen stellen. Afspraken duidelijk maken. En bereid zijn onze eerste indruk te herzien wanneer de werkelijkheid iets anders laat zien. Intuïtie is geen rechter die een definitief vonnis uitspreekt. Ze is eerder een trouwe raadgever die zacht zegt:

‘Kijk nog eens.’ ‘Luister beter.’ ‘Er is hier iets wat je nog niet volledig begrijpt.’ De beste intuïtie ontstaat volgens mij uit aandacht voor mensen. Wie werkelijk luistert, merkt meer op dan woorden alleen. Een stilte op het verkeerde ogenblik. Een blik die niet overeenkomt met wat iemand zegt. Een stem die plotseling verandert. Of juist de rust en eenvoud waarmee een eerlijk mens spreekt. Dat zijn geen bewijzen.

Maar het zijn signalen die ons kunnen uitnodigen om niet te snel verder te gaan. Na het overlijden van Marco kreeg intuïtie voor mij nog een andere betekenis. Er waren momenten waarop een herinnering plotseling naar boven kwam. Een gedachte. Een gevoel van nabijheid. Ik kan niet bewijzen waar zulke momenten vandaan komen.

Misschien is het mijn geheugen. Misschien is het de liefde die in mij verder leeft. Ik hoef daar geen definitieve verklaring voor te vinden. Het is genoeg dat zulke momenten mij helpen aandachtiger en menselijker te leven. Want intuïtie mag ons nooit van andere mensen verwijderen. Wanneer zij werkelijk waarde heeft, maakt zij ons juist gevoeliger voor wat een ander nodig heeft. Zij helpt ons merken dat iemand achter zijn glimlach verdriet verbergt.

Dat een medewerker niet alleen een fout heeft gemaakt, maar misschien ook bang is. Dat een vriend niet om raad vraagt, maar om aanwezigheid. En dat een kind soms vooral moet horen dat het geliefd is, ook wanneer niet alles lukt. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik de stilte ben gaan waarderen. Niet omdat stilte automatisch antwoorden geeft.

Maar omdat wij in de stilte beter kunnen horen wat in de drukte wordt overstemd. Onze angst. Onze hoop. Ons geweten. En soms die zachte innerlijke vraag:

‘Handel ik nu uit liefde, of uit angst?’ Dat is misschien wel de belangrijkste vraag die intuïtie ons kan stellen. Zij vertelt ons niet altijd welke weg zonder risico is. Zo’n weg bestaat meestal niet. Maar zij kan ons helpen voelen welke keuze het dichtst blijft bij de mens die wij willen zijn. Daarom ben ik naar die stille stem blijven luisteren. Niet blindelings. Niet zonder na te denken.

Maar met het respect dat wij verschuldigd zijn aan alles wat het leven ons, vaak zonder woorden, heeft geleerd.