Het spel dat ik nooit heb kunnen verklaren
Sommige herinneringen uit mijn kinderjaren zijn vervaagd. Deze is gebleven. Ik was nog een kleine jongen; mijn precieze leeftijd weet ik niet meer. Misschien vijf of zes, misschien iets ouder. Wanneer ik ’s avonds in bed lag, kon ik het gevoel krijgen dat mijn lichaam steeds lichter werd. Voor mijn gevoel verliet ik het en zweefde ik erboven. Ik zag mijn kamer, mijn bed en mijzelf daar liggen.
Het gebeurde vele keren. Ik kende het gevoel dat eraan voorafging en probeerde het soms opnieuw op te roepen. Voor het kind dat ik toen was, was het een spel. Ik was niet bang. Ik voelde vrijheid en een diepe rust.
Tijdens een van die ervaringen herinner ik mij een oudere vrouw. Zij sprak niet en ik wist niet wie zij was. Haar aanwezigheid maakte mij niet bang; er ging rust van haar uit. Of zij bij een droom hoorde, bij mijn verbeelding of bij iets anders, kan ik vandaag niet zeggen.
Ik kende toen geen woorden als buitenlichamelijke ervaring. Ik had niets gelezen over bewustzijn of bijna-doodervaringen. Pas veel later ontdekte ik beschrijvingen waarin ik iets herkende: vooral de vrede en het ontbreken van angst. Andere verhalen leken helemaal niet op wat ik mij herinnerde.
Als volwassene heb ik mij vaak afgevraagd wat er gebeurde. Droomde ik? Bevond ik mij tussen slapen en waken? Was het de verbeelding van een kind? Ik heb daarop geen definitief antwoord. Wat voor mij vaststaat, is hoe natuurlijk en rustig het toen aanvoelde.
Misschien heeft deze herinnering mijn nieuwsgierigheid mee gevoed: mijn verlangen om verder te kijken dan wat onmiddellijk zichtbaar is. Zij maakte mij ontvankelijk voor vragen over bewustzijn, intuïtie en de betekenis van ons bestaan.
Wanneer ik terugdenk aan dat jongetje, zie ik vooral het verschil tussen toen en nu. De volwassen man zoekt naar een verklaring. Het kind speelde. Ik wil die herinnering bewaren zonder haar groter of zekerder te maken dan zij is. Ook zij behoort tot mijn leven.
